ECLI:NL:CBB:2025:42 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/2029 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2025 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2], te [plaats] , (de ondernemer), waarvoor aanwezig zijn [naam 3] en [naam 4] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en C. Zieleman Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 24 september 2024.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2025:42 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2], te [plaats] , (de ondernemer), waarvoor aanwezig zijn [naam 3] en [naam 4] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en C. Zieleman Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 24 september 2024.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/2029 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2025 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2], te [plaats] , (de ondernemer), waarvoor aanwezig zijn [naam 3] en [naam 4] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en C. Zieleman Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 24 september 2024.
Met deze uitspraak heeft het College het beroep van de ondernemer (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard, omdat de ondernemer het beroep ruim drie maanden te laat heeft ingesteld en de ondernemer hiervoor naar het oordeel van het College geen goede redenen heeft gegeven. De gemachtigde van de ondernemer heeft aangevoerd dat de termijnoverschrijding is veroorzaakt door ziekte en capaciteitsgebrek, waardoor hij niet in staat was het beroepschrift tijdig in te dienen. De gemachtigde van de ondernemer heeft dit op de zitting nader toegelicht. Voor het beoordelingskader voor de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding verwijst het College naar zijn uitspraak van 30 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:31).
In deze uitspraak heeft het College overwogen dat in de situatie dat een belanghebbende wordt bijgestaan door een professionele hulpverlener, zoals ook in dit geval, blijft gelden dat diens handelen in beginsel voor rekening van de indiener, in dit geval de ondernemer, komt. Naar het oordeel van het College is niet gebleken van heel bijzondere omstandigheden aan de zijde van de gemachtigde van de ondernemer. Van een professionele rechtshulpverlener mag immers worden verwacht dat hij de termijnen bewaakt en tijdig voorzieningen treft in het geval hij door bijvoorbeeld ziekte uitvalt of sprake is van capaciteitsgebrek.
Het College komt dan ook niet tot een verschoonbare termijnoverschrijding. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A. Verhoeven