Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:249 ECLI:NL:CBB:2025:249 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:249 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:249
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 21/35, 21/242, 21/577, 21/1056 en 21/238, 21/1375, 22/2596 beslissing op de wrakingsverzoeken van [naam 1] en [naam 2] , te [woonplaats] . Procesverloop Op 28 november 2024 heeft het College (mr. T. Pavićević, mr. C.T. Aalbers en mr. M.P. Glerum) de zaken 21/35, 21/242, 21/577, 21/1056 op zitting behandeld. Op 18 maart 2025 heeft het College in die zaken uitspraak gedaan (ECLI:NL:CBB:2025:170). Op 23 januari 2025 heeft het College (mr. T. Pavićević, mr. M. Schoneveld en mr. M.P. Glerum) de zaken 21/238, 21/1375, 22/2596 op zitting behandeld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:249 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Procesverloop Op 28 november 2024 heeft het College (mr. T. Pavićević, mr. C.T. Aalbers en mr. M.P. Glerum) de zaken 21/35, 21/242, 21/577, 21/1056 op zitting behandeld. Op 18 maart 2025 heeft het College in die zaken uitspraak gedaan (ECLI:NL:CBB:2025:170). Op 23 januari 2025 heeft het College (mr. T. Pavićević, mr. M. Schoneveld en mr. M.P. Glerum) de zaken 21/238, 21/1375, 22/2596 op zitting behandeld.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2025:170
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 21/35, 21/242, 21/557 en 21/1056 uitspraak van de meervoudige kamer van 18 maart 2025 in de zaken tussen [naam 1] en [naam 2] , te [woonplaats 1] en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (gemachtigden: mr. E.M. Scheffer en mr. P.M.M. van Bennekom) Procesverloop zaaknummer 21/35 Met het besluit van 26 september 2019 (last onder dwangsom van 26 september 2019) heeft de minister [naam 1] en [naam 2] een uit vijf maatregelen bestaande last onder dwangsom opgelegd vanwege vijf overtredingen van het Besluit houders van dieren (Bhd), de Wet dieren en de Regeling dierlijke producten.
ECLI:NL:CBB:2025:151
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/238 uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2025 in de zaak tussen [naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] ) en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (gemachtigde: mr. E.J.H. Jansen) Procesverloop Met het besluit van 4 augustus 2020 heeft de minister de aanvraag van [naam 1] voor het jaar 2019 voor de basis- en vergroeningsbetaling en de extra betaling jonge landbouwers op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (Uitvoeringsregeling) afgewezen en aan haar over hetzelfde jaar een randvoorwaardenkorting van 34% opgelegd.
ECLI:NL:CBB:2025:152
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1375 uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2025 in de zaak tussen [naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] ) en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (gemachtigde: mr. E.J.H. Jansen) Procesverloop Met het besluit van 25 mei 2021 heeft de minister de aanvraag van [naam 1] voor het jaar 2020 voor de basis- en vergroeningsbetaling op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (Uitvoeringsregeling) afgewezen en aan haar over hetzelfde jaar een randvoorwaardenkorting van 54% opgelegd.
ECLI:NL:CBB:2025:155
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2596 uitspraak van de meervoudige kamer van 11 maart 2025 in de zaak tussen [naam 1] , te [woonplaats] ( [naam 1] ) en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (gemachtigde: mr. E.J.H. Jansen) Procesverloop Met het besluit van 19 juli 2022 heeft de minister op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB (Uitvoeringsregeling) een randvoorwaardenkorting vastgesteld van 9% op alle door de [naam 1] voor het jaar 2021 aangevraagde rechtstreekse betalingen.
ECLI:NL:HR:2022:525
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 20/01057 Datum 22 april 2022 ARREST in de zaak van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 31 januari 2020, nr. BK-19/00327, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 17/7421) betreffende een aan belanghebbende over de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 21/35, 21/242, 21/577, 21/1056 en 21/238, 21/1375, 22/2596 beslissing op de wrakingsverzoeken van [naam 1] en [naam 2] , te [woonplaats] . Procesverloop Op 28 november 2024 heeft het College (mr. T. Pavićević, mr. C.T. Aalbers en mr. M.P. Glerum) de zaken 21/35, 21/242, 21/577, 21/1056 op zitting behandeld. Op 18 maart 2025 heeft het College in die zaken uitspraak gedaan (ECLI:NL:CBB:2025:170). Op 23 januari 2025 heeft het College (mr. T. Pavićević, mr. M. Schoneveld en mr. M.P. Glerum) de zaken 21/238, 21/1375, 22/2596 op zitting behandeld.

Op 11 maart 2025 heeft het College in die zaken uitspraak gedaan (ECLI:NL:CBB:2025:151, ECLI:NL:CBB:2025:152 en ECLI:NL:CBB:2025:155). Met de brief van 21 maart 2025 hebben [naam 3] en [naam 4] het College verzocht om het onderzoek ter zitting in de zaken 21/242, 21/1056, 21/35, 21/557, 21/238; 21/1375 en 22/2569 te heropenen. Met de brief van 31 maart 2025 hebben [naam 3] en [naam 4] in de zaken 21/35, 21/242, 21/557 en 21/1056 een verzoek om wraking ingediend. Overwegingen 1. De wrakingskamer ziet aanleiding om de brief van 21 maart 2025 aan te merken als een verzoek om wraking, omdat verzoekers daarin stellen dat de raadsheren die betrokken waren bij de behandeling van alle in die brief genoemde procedures jegens hen een vooringenomenheid koesteren en de onderbouwing daarvan overeenkomt met die in de brief van 31 maart 2025. 2 In de zaken 21/35, 21/242, 21/557 en 21/1056 ziet het wrakingsverzoek dus op mr.

T. Pavićević, mr. C.T. Aalbers en mr. M.P. Glerum en in de zaken 21/238, 21/1375, 22/2596 op mr. T. Pavićević, mr. M. Schoneveld en mr. M.P. Glerum. 3 Aan hun wrakingsverzoeken hebben [naam 3] en [naam 4] ten grondslag gelegd dat afwijzend is beslist op hun verzoeken om uitstel van de zitting van 28 november 2024, respectievelijk 23 januari 2025. Wegens ziekte van [naam 4] hebben zij die zittingen niet kunnen bijwonen. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 22 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:525) betogen zij dat als de belanghebbende wegens ziekte is verhinderd op de zitting te verschijnen en in verband daarmee om uitstel van het onderzoek ter zitting verzoekt, de rechter dat moet inwilligen.

Door dat in hun geval niet te doen hebben de betrokken rechters volgens [naam 3] en [naam 4] blijk gegeven van partijdigheid door het belang van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur zwaarder te laten wegen dan hun belangen en de schijn gewekt vooringenomen te zijn. De reden dat zij de rechters niet eerder hebben gewraakt, heeft te maken met de gezondheid van [naam 4] ; hij is pas net in staat om zaken op te pakken en is recent op de hoogte gekomen van het arrest van de Hoge Raad. 4 In artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 is bepaald dat de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt. 5 De wrakingskamer van het College is van oordeel dat deze situatie zich hier voordoet, omdat het College in alle zaken al einduitspraak had gedaan voordat de wrakingsverzoeken waren ingediend.

Al om die reden worden de wrakingsverzoeken van [naam 3] en [naam 4] niet in behandeling genomen. Een reden om anders te oordelen doet zich hier niet voor. 6 De behandeling van de brief van 31 maart 2025 kan wat betreft het daarin genoemde verzoek om heropening worden voortgezet door de rechters in de procedures waarop dat verzoek ziet. Beslissing Het College neemt de wrakingsverzoeken van 21 en 31 maart 2025 niet in behandeling. Deze beslissing is genomen door mr. S.C. Stuldreher, mr. H.O. Kerkmeester en mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van J.W.E. Pinckaers, griffier, op 10 april 2025. w.g.

S.C. Stuldreher J.W.E. Pinckaers is verhinderd de beslissing te ondertekenen Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.