ECLI:NL:CBB:2025:245 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1772 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van [naam] , te [woonplaats] (onderneming) De onderneming is niet verschenen. Voor de minister van Economische Zaken is mr. P. van Veen aanwezig. Rechter: mr. M. Schoneveld Griffier: mr. I.E. van de Geest Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Het College heeft met de uitspraak van 10 september 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de onderneming tegen het besluit van de minister van 31 juli 2023 ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2025:245 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Voor de minister van Economische Zaken is mr. P. van Veen aanwezig. Rechter: mr. M. Schoneveld Griffier: mr. I.E. van de Geest Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Het College heeft met de uitspraak van 10 september 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de onderneming tegen het besluit van de minister van 31 juli 2023 ongegrond verklaard.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedCited Case Law
AI generatedFull text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1772 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van [naam] , te [woonplaats] (onderneming) De onderneming is niet verschenen. Voor de minister van Economische Zaken is mr. P. van Veen aanwezig. Rechter: mr. M. Schoneveld Griffier: mr. I.E. van de Geest Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Het College heeft met de uitspraak van 10 september 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de onderneming tegen het besluit van de minister van 31 juli 2023 ongegrond verklaard.
Het College heeft geoordeeld dat de minister het bezwaar tegen het besluit over de subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022 terecht heeft niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. 2 In verzet heeft de onderneming aangevoerd dat het besluit niet schriftelijk bekend is gemaakt en dat de notificatie niet als bekendmaking van het besluit geldt. Er wordt in de notificatie geen melding gemaakt van de mogelijkheid om bezwaar te maken. Verder had de minister de onderneming in de gelegenheid moeten stellen het aanvraagverzuim te herstellen.
3. Voor de betekenis van de notificatie e-mail verwijst het College naar de uitspraak van 5 november 2024, ECLI:NL:CBB:2024:775. Er is in het geval van de onderneming niet gebleken van zodanige bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. 4 Het verzet slaagt daarom niet. De uitspraak van 10 september 2024 blijft in stand. Dit betekent dat de zaak hiermee is geëindigd. w.g. M. Schoneveld w.g. I.E. van de Geest