ECLI:NL:CBB:2025:237 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1285 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van [naam 1] handelend onder de nam [naam 2] , te [woonplaats] , (ondernemer). De ondernemer is aanwezig, bijgestaan door G. Spreeuwenberg. Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen. Rechter: mr. M. Schoneveld Griffier: mr. I.E. van de Geest Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Het College heeft met de uitspraak van 16 juli 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 15 mei 2023 ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2025:237 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De ondernemer is aanwezig, bijgestaan door G. Spreeuwenberg. Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen. Rechter: mr. M. Schoneveld Griffier: mr. I.E. van de Geest Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Het College heeft met de uitspraak van 16 juli 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 15 mei 2023 ongegrond verklaard.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1285 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van [naam 1] handelend onder de nam [naam 2] , te [woonplaats] , (ondernemer). De ondernemer is aanwezig, bijgestaan door G. Spreeuwenberg. Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen. Rechter: mr. M. Schoneveld Griffier: mr. I.E. van de Geest Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Het College heeft met de uitspraak van 16 juli 2024 met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 15 mei 2023 ongegrond verklaard.
Het College heeft geoordeeld dat de minister het bezwaar tegen het besluit over de subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding. 2 In verzet heeft de ondernemer aangevoerd dat hij op 14 november 2022 en daarmee tijdig bezwaar heeft gemaakt. Hij kan dit echter niet aannemelijk maken. Er is niet gebleken van zodanige bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. 3 Het verzet slaagt daarom niet.
De uitspraak van 16 juli 2024 blijft in stand. Dit betekent dat de procedure hiermee is geëindigd. w.g. M. Schoneveld w.g. I.E. van de Geest