ECLI:NL:CBB:2025:235 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/948 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [woonplaats] (ondernemer) De ondernemer is aanwezig, bijgestaan door [naam 3] . Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen. Rechter: mr. M. Schoneveld Griffier: mr. I.E. van de Geest Beslissing Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De ondernemer heeft tegen het besluit van 23 maart 2023 van de Minister beroep ingesteld.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2025:235 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Bij uitspraak van 16 juli 2024 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, dat beroep ongegrond verklaard. De ondernemer heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan en heeft verzocht om te worden gehoord. 2 Het verzet is te laat ingediend. De termijn voor het indienen van verzet liep tot en met 27 augustus 2024. Het verzetschrift is gedateerd op 16 september 2024 en is door het College ontvangen op 18 september 2024. De overschrijding van de termijn is aan de ondernemer toe te rekenen. De ondernemer heeft aangegeven de uitspraak op 19 juli 2024 te hebben ontvangen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/948 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2025 op het verzet van [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [woonplaats] (ondernemer) De ondernemer is aanwezig, bijgestaan door [naam 3] . Voor de minister van Economische Zaken is aanwezig mr. P. van Veen. Rechter: mr. M. Schoneveld Griffier: mr. I.E. van de Geest Beslissing Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De ondernemer heeft tegen het besluit van 23 maart 2023 van de Minister beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 16 juli 2024 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, dat beroep ongegrond verklaard. De ondernemer heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan en heeft verzocht om te worden gehoord. 2 Het verzet is te laat ingediend. De termijn voor het indienen van verzet liep tot en met 27 augustus 2024. Het verzetschrift is gedateerd op 16 september 2024 en is door het College ontvangen op 18 september 2024. De overschrijding van de termijn is aan de ondernemer toe te rekenen. De ondernemer heeft aangegeven de uitspraak op 19 juli 2024 te hebben ontvangen.
Hij ging de dag daarna op (zomer)vakantie en was weer terug op 11 augustus 2024. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die maken dat niet binnen de termijn verzet kon worden ingesteld. 3 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. w.g. M. Schoneveld w.g. I.E. van de Geest Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Dit betekent dat de procedure hiermee is geëindigd.