Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:229 ECLI:NL:CBB:2025:229 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:229 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:229
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1797 en 23/1803 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam] , te [woonplaats] (onderneming) en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen De minister heeft de aan de onderneming verleende subsidies voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 vastgesteld. De onderneming heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststellingsbesluiten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:229 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam] , te [woonplaats] (onderneming) en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen De minister heeft de aan de onderneming verleende subsidies voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 vastgesteld. De onderneming heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststellingsbesluiten.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1797 en 23/1803 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam] , te [woonplaats] (onderneming) en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen De minister heeft de aan de onderneming verleende subsidies voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 vastgesteld. De onderneming heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststellingsbesluiten.

De minister heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard omdat deze te laat zijn ingediend. Het College stelt vast dat de bezwaarschriften op 3 juli 2023 zijn ingediend, terwijl de termijnen al op 8 december 2021 en 17 februari 2022 verstreken waren. De onderneming heeft geen (bijzondere) omstandigheden aangevoerd die maken dat deze termijnoverschrijding van meer dan een jaar niet aan haar kan worden toegerekend. Dat haar pas later bekend is geworden dat ook omzet die in het buitenland behaald is, meetelt voor de berekening van de hoogte van de subsidie, is een omstandigheid die voor haar rekening en risico komt.

De beroepen zijn ongegrond. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk