Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:228 ECLI:NL:CBB:2025:228 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:228 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:228
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/716 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam] , te [woonplaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is haar gemachtigde mr. J. Berns en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) Beslissing Het College: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit van 23 februari 2022; draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar; draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden; veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 2.267,50; veroordeelt de Staat tot betaling aan de onderneming van een vergoeding voor immateriële schade van € 1.500,-.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2025:228 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Overwegingen De minister heeft medegedeeld dat hij het bestreden besluit gaat herzien en dat besluit dus niet langer handhaaft. Het College verklaart het beroep daarom gegrond en draagt de minister op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Het College stelt vast dat op het moment van deze uitspraak de redelijke termijn met een jaar en vier maanden is overschreden. Dat betekent dat de onderneming recht heeft op € 1.500,- schadevergoeding. Deze overschrijding is volledig toe te rekenen aan de beroepsfase. Het College zal daarom op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht de Staat veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de onderneming.

Keywords

AI generated
artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht
Het College zal daarom op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht de Staat veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de onderneming.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/716 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2025 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam] , te [woonplaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is haar gemachtigde mr. J. Berns en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) Beslissing Het College: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit van 23 februari 2022; draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar; draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden; veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 2.267,50; veroordeelt de Staat tot betaling aan de onderneming van een vergoeding voor immateriële schade van € 1.500,-.

Overwegingen De minister heeft medegedeeld dat hij het bestreden besluit gaat herzien en dat besluit dus niet langer handhaaft. Het College verklaart het beroep daarom gegrond en draagt de minister op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Het College stelt vast dat op het moment van deze uitspraak de redelijke termijn met een jaar en vier maanden is overschreden. Dat betekent dat de onderneming recht heeft op € 1.500,- schadevergoeding. Deze overschrijding is volledig toe te rekenen aan de beroepsfase. Het College zal daarom op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht de Staat veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de onderneming.

Omdat het beroep gegrond is, moet de minister het door de onderneming betaalde griffierecht aan haar vergoeden. Ook veroordeelt het College de minister in de door de onderneming gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 2.267,50 voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met wegingsfactor 1; 1 punt voor het indienen van het verzoek om schadevergoeding met wegingsfactor 0,5; waarde per punt € 907,-). w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk