ECLI:NL:CBB:2025:212 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedCOLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/570 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2025 op het verzet van [naam] , te [woonplaats] (de ondernemer) Procesverloop De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 3 december 2024. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald. 2. In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard. 3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 3 december 2024 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. 4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College: - verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025. w.g. M. Schoneveld w.g. S. van Noordt
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2025:212 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald. 2. In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard. 3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 3 december 2024 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. 4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College: - verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025. w.g. M. Schoneveld w.g. S. van Noordt
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 24/570 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2025 op het verzet van [naam] , te [woonplaats] (de ondernemer) Procesverloop De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 3 december 2024. Overwegingen 1. Het College heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat binnen de daarvoor gestelde termijn het griffierecht niet is betaald. 2. In verzet is gebleken dat de ondernemer niet in verzuim is geweest. Het verzet moet daarom gegrond worden verklaard. 3. Omdat het verzet gegrond wordt verklaard, vervalt de uitspraak van 3 december 2024 en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. 4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College: - verklaart het verzet gegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Schoneveld, in aanwezigheid van mr. S. van Noordt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 april 2025. w.g. M. Schoneveld w.g. S. van Noordt