Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:165 ECLI:NL:CBB:2025:165 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:165 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:165
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 23/1254 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op verzet van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (de ondernemer), waarvoor niemand aanwezig was en de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. S. Piron en mr. drs. G.O. Hoeksma Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 26 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:854 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)). 2 Met die uitspraak heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 11 mei 2023 ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2025:165 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (de ondernemer), waarvoor niemand aanwezig was en de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. S. Piron en mr. drs. G.O. Hoeksma Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 26 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:854 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)). 2 Met die uitspraak heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 11 mei 2023 ongegrond verklaard.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 26 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:854 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)).

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 23/1254 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op verzet van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (de ondernemer), waarvoor niemand aanwezig was en de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. S. Piron en mr. drs. G.O. Hoeksma Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 26 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:854 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)). 2 Met die uitspraak heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 11 mei 2023 ongegrond verklaard.

Het College heeft daarin geoordeeld dat de minister het herzieningsverzoek van de ondernemer terecht had afgewezen, omdat de ondernemer geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden naar voren had gebracht. 3 De ondernemer heeft in verzet aangevoerd dat de nieuwe omstandigheden zijn dat voor de berekening van de subsidie over het vierde kwartaal van 2021 gebruik is gemaakt van omzetgegevens van de Belastingdienst, terwijl er geen aangiften omzetbelasting worden ingediend door de ondernemer. De ondernemer betaalt enkel kansspelbelasting. Het omzetverlies bedraagt volgens de ondernemer 20%, zodat de subsidie ten onrechte is vastgesteld op € 0,-. 4 Het College stelt vast dat de ondernemer in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 26 november 2024 niet juist is.

In die uitspraak heeft het College overwogen dat wat door de ondernemer is aangevoerd over de aangiften kansspelbelasting en de hoogte van de referentie- en subsidieomzet geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De ondernemer had dit kunnen en moeten aanvoeren in een bezwaarprocedure tegen het vaststellingsbesluit. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd. w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven