ECLI:NL:CBB:2025:118 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1812 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2025 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. L.N. Foppen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , waarvoor aanwezig is [naam 2] en gemachtigde A.J. Versluis en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes Beslissing Het College: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2025:118 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. L.N. Foppen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , waarvoor aanwezig is [naam 2] en gemachtigde A.J. Versluis en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes Beslissing Het College: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1812 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 februari 2025 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. L.N. Foppen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , waarvoor aanwezig is [naam 2] en gemachtigde A.J. Versluis en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes Beslissing Het College: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - draagt de minister op binnen vier weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden.
Overwegingen 1. De onderneming heeft niet binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 december 2022. De onderneming heeft toegelicht dat dit komt door overmacht. Haar toenmalige gemachtigde was in die periode ziek en heeft daarom niet tijdig bezwaar gemaakt. Toen de onderneming ervan op de hoogte raakte dat er geen bezwaar was ingediend, heeft zij dat alsnog zelf gedaan, maar toen was de termijn al verstreken. 2 Het College is van oordeel dat de onderneming erop mocht vertrouwen dat haar toenmalige gemachtigde de bezwaartermijn veilig zou stellen.
De onderneming heeft op verzoek van het bedrijf waar deze gemachtigde werkzaam was medische stukken overgelegd. Daaruit blijkt dat de gemachtigde ernstig (psychisch) ziek was, dat hij dat langere tijd (ook in de periode waarin in dit geval het bezwaar gemaakt had moeten worden) voor zijn collega’s en werkgever verborgen heeft gehouden en dat hij na twee jaar ziekte volledig de WIA is ingegaan. Door die bijzondere omstandigheden is de termijnoverschrijding in dit geval verschoonbaar. 3 De minister moet alsnog inhoudelijk op het bezwaar beslissen en op basis van de omzetcijfers beoordelen of de onderneming recht heeft op subsidie.
Het College stelt daarvoor een termijn van vier weken. 4 De minister moet het door de onderneming betaalde griffierecht aan haar vergoeden. Er is geen verzoek gedaan voor een vergoeding van proceskosten, zodat het College daarover geen beslissing neemt. w.g. B. Bastein w.g. L.N. Foppen