Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:117 ECLI:NL:CBB:2025:117 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:117 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:117
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1121 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2025 Rechter: mr. W.J.A.M. van Brussel Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (ondernemer), waarvoor aanwezig is [naam 1] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Met de uitspraak van 27 augustus 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:592) heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 13 maart 2023 ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:117 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: W.J.A.M. van Brussel Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (ondernemer), waarvoor aanwezig is [naam 1] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Met de uitspraak van 27 augustus 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:592) heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 13 maart 2023 ongegrond verklaard.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1121 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2025 Rechter: mr. W.J.A.M. van Brussel Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (ondernemer), waarvoor aanwezig is [naam 1] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Overwegingen 1. Met de uitspraak van 27 augustus 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:592) heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 13 maart 2023 ongegrond verklaard.

Het College heeft geoordeeld dat de minister de subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 terecht op € 3.851,75,- heeft vastgesteld. Het College oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangifte omzetbelasting blijkt. Dat de accountant de jaaromzet in de aangifte omzetbelasting over Q4 van 2021 heeft opgegeven, komt voor rekening van de ondernemer.

2. De ondernemer voert aan dat de minister twee bedrijfsauto’s die in het derde kwartaal (Q3) van 2021 zijn verkocht, maar over Q4 van 2021 in de aangifte omzetbelasting zijn opgegeven, in mindering had moeten brengen op de omzet van Q4 van 2021.

3. Het College overweegt dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangifte omzetbelasting over Q4 van 2021 blijkt. Dat deze opgegeven omzet voor een deel bestaat uit de verkoop van bedrijfsauto’s in Q3 van 2021, doet hier niet aan af. De ondernemer heeft de aangifte omzetbelasting over Q4 van 2021 namelijk niet aangepast. Het verzet is ongegrond. w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. C.D.V. Efstratiades