Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2025:116 ECLI:NL:CBB:2025:116 AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:116 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2025:116
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/967 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2025 Rechter: mr. W.J.A.M. van Brussel Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming heeft een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal van 2021. Zij heeft een aanvraag willen doen voor de startersregeling.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2025:116 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: W.J.A.M. van Brussel Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming heeft een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal van 2021. Zij heeft een aanvraag willen doen voor de startersregeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/967 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 februari 2025 Rechter: mr. W.J.A.M. van Brussel Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. J.W.P. van Oosten Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming heeft een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal van 2021. Zij heeft een aanvraag willen doen voor de startersregeling.

2. De minister heeft deze aanvraag aangemerkt als een pro-forma-aanvraag en heeft zich op het standpunt gesteld dat de onderneming de aanvraag te laat heeft ingediend. In het verweerschrift heeft de minister zich daarnaast op het standpunt gesteld dat de onderneming ook niet voor subsidie op grond van de startersregeling in aanmerking komt omdat niet wordt voldaan aan het vereiste dat de inschrijfdatum van de onderneming in het handelsregister ligt in de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021.

3. De onderneming krijgt geen gelijk. Vast staat dat de aanvraag van de onderneming om in aanmerking te komen voor subsidie te laat is ingediend. Ook komt de onderneming niet in aanmerking voor subsidie als startende onderneming. Zij ziet zichzelf weliswaar als startende onderneming omdat zij pas in april 2021 is gestart met het hotel. Echter, vast staat dat de onderneming op 30 maart 2020 in het handelsregister is ingeschreven. Die datum ligt dus niet in vereiste periode. Dit betekent dat de onderneming alleen daarom al niet in aanmerking kan komen voor die subsidie. De redenen waarom de onderneming zich op die datum heeft ingeschreven zijn geen omstandigheden die volgens de regeling moeten worden betrokken bij de beoordeling of een onderneming in aanmerking komt voor deze subsidie. w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. P.M. Beishuizen