ECLI:NL:CBB:2024:945 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1805 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. I.E. van de Geest Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig zijn mr. P.R. van den Berg en [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overweging De minister heeft het herzieningsverzoek terecht afgewezen. Een fout in de aanvraag die de onderneming later heeft ontdekt, is geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht.
Legislator headnote
AI generatedartikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2024:945 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. I.E. van de Geest Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig zijn mr. P.R. van den Berg en [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overweging De minister heeft het herzieningsverzoek terecht afgewezen. Een fout in de aanvraag die de onderneming later heeft ontdekt, is geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1805 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. I.E. van de Geest Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , (onderneming), waarvoor aanwezig zijn mr. P.R. van den Berg en [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overweging De minister heeft het herzieningsverzoek terecht afgewezen. Een fout in de aanvraag die de onderneming later heeft ontdekt, is geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht.
Ook is niet gebleken dat de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is. Daarbij is van belang dat de onderneming te laat bezwaar heeft gemaakt tegen de vaststelling van de subsidie over de periode juni tot en met september van 2020 en de minister dit bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het daartegen gerichte beroep is ongegrond verklaard. Verder is niet gebleken van bijzondere omstandigheden. Dat, zoals de onderneming heeft gesteld, de afwijzing financiële gevolgen voor haar heeft, maakt de afwijzing ook niet evident onredelijk. w.g.
B. Bastein w.g. I.E. van de Geest