Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:892 ECLI:NL:CBB:2024:892 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:892 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:892
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1798, 23/1799, 23/1800 en 23/1801 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (de ondernemer), voor wie aanwezig is [naam 3] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. drs. G.O. Hoeksma en A.M.D. Dijkstra Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen De ondernemer vindt dat hij recht heeft op dwangsommen, omdat de minister te laat op zijn bezwaren heeft beslist.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:14 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2024:892 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Het College oordeelt dat de beslissingen weliswaar te laat zijn genomen, maar dat de minister geen dwangsommen hoeft te betalen. De minister heeft de bezwaren kennelijk ongegrond verklaard en uit de wet volgt dat er in dat geval geen dwangsom verschuldigd is (artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, gelezen in samenhang met artikel 7:14 van de Algemene wet bestuursrecht). Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. De drie besluiten waar de ondernemer naar verwijst zijn niet vergelijkbaar met deze zaak. De beroepen zijn ongegrond. w.g.

Keywords

AI generated
artikel 7:14 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:14 van de Algemene wet bestuursrecht
De minister heeft de bezwaren kennelijk ongegrond verklaard en uit de wet volgt dat er in dat geval geen dwangsom verschuldigd is (artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, gelezen in samenhang met artikel 7:14 van de Algemene wet bestuursrecht).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1798, 23/1799, 23/1800 en 23/1801 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (de ondernemer), voor wie aanwezig is [naam 3] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. drs. G.O. Hoeksma en A.M.D. Dijkstra Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen De ondernemer vindt dat hij recht heeft op dwangsommen, omdat de minister te laat op zijn bezwaren heeft beslist.

Het College oordeelt dat de beslissingen weliswaar te laat zijn genomen, maar dat de minister geen dwangsommen hoeft te betalen. De minister heeft de bezwaren kennelijk ongegrond verklaard en uit de wet volgt dat er in dat geval geen dwangsom verschuldigd is (artikel 4:17, zesde lid, aanhef en onder c, gelezen in samenhang met artikel 7:14 van de Algemene wet bestuursrecht). Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. De drie besluiten waar de ondernemer naar verwijst zijn niet vergelijkbaar met deze zaak. De beroepen zijn ongegrond. w.g.

B. Bastein w.g. A.A. Dijk