Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:82 ECLI:NL:CBB:2024:82 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:82 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:82
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1992 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. D. Uç Partijen [naam] , te [plaats] , de onderneming, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. A.M.D. Dijkstra en mr. Y. Mellah. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In geschil is of de minister terecht heeft geconcludeerd dat de onderneming niet voldoet aan het criterium van de vaste lasten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:82 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. D. Uç Partijen [naam] , te [plaats] , de onderneming, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. A.M.D. Dijkstra en mr. Y. Mellah. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In geschil is of de minister terecht heeft geconcludeerd dat de onderneming niet voldoet aan het criterium van de vaste lasten.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1992 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 januari 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. D. Uç Partijen [naam] , te [plaats] , de onderneming, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. A.M.D. Dijkstra en mr. Y. Mellah. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In geschil is of de minister terecht heeft geconcludeerd dat de onderneming niet voldoet aan het criterium van de vaste lasten.

Om in aanmerking te komen voor een TVL-subsidie moeten de vaste lasten in het referentiekwartaal minimaal € 1.500,- bedragen. Dat wordt berekend aan de hand van een forfaitair percentage van de omzet, in dit geval 9%. Door de omzet van het referentiekwartaal, € 11.443,- te vermenigvuldigen met het vaste lasten percentage van 9% kom je op een bedrag dat lager is dan € 1.500,-. Dat betekent dat de minister de subsidie terecht heeft afgewezen. 2 Dat de vaste lasten in het betreffende kwartaal, zoals wordt gesteld door de onderneming, mogelijk feitelijk hoger waren dan € 1.500,-, leidt niet tot een andere uitkomst, omdat niet de feitelijke vaste lasten bepalend zijn, maar de hiervoor aangegeven forfaitaire berekening. w.g.

R.W.L. Koopmans w.g. D. Uç