ECLI:NL:CBB:2024:766 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/798 en 23/799 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades Partijen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] (de onderneming) en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en mr. J.W.P. van Oosten Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De minister heeft de aanvragen van de onderneming voor een subsidie vaste lasten voor startende MKB-ondernemingen op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 en het eerste kwartaal (Q1) van 2022 afgewezen omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2024:766 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Het vereiste dat sprake moet zijn van duurzame uitoefening van bedrijfsactiviteiten op het vestigingsadres van de onderneming, geldt niet voor ambulante ondernemingen. De onderneming is geen ambulante onderneming. De toevoeging van een nieuwe SBI-code na 19 augustus 2022 speelt hier geen rol, alleen al omdat deze inschrijving dateert van na de kwartalen Q4 van 2021 en Q1 van 2022 waarover subsidie wordt aangevraagd. 3 De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen, omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste. De ondernemer huurde een ruimte aan de Jacob van Heemskerkstraat 13 in Enschede in de periode van 28 september 2021 tot en met 30 april 2022.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/798 en 23/799 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 oktober 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. C.D.V. Efstratiades Partijen [naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] (de onderneming) en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en mr. J.W.P. van Oosten Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De minister heeft de aanvragen van de onderneming voor een subsidie vaste lasten voor startende MKB-ondernemingen op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 en het eerste kwartaal (Q1) van 2022 afgewezen omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste.
Het vereiste dat sprake moet zijn van duurzame uitoefening van bedrijfsactiviteiten op het vestigingsadres van de onderneming, geldt niet voor ambulante ondernemingen. De onderneming is geen ambulante onderneming. De toevoeging van een nieuwe SBI-code na 19 augustus 2022 speelt hier geen rol, alleen al omdat deze inschrijving dateert van na de kwartalen Q4 van 2021 en Q1 van 2022 waarover subsidie wordt aangevraagd. 3 De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen, omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste. De ondernemer huurde een ruimte aan de Jacob van Heemskerkstraat 13 in Enschede in de periode van 28 september 2021 tot en met 30 april 2022.
Uit de huurovereenkomst blijkt dat hij van deze ruimte gebruik kon maken van maandag tot en met vrijdag, van 9 tot 13 uur. Het College is het met de minister eens dat geen sprake is van een ruimte waar de ondernemer duurzame bedrijfsactiviteiten uitvoerde. Dit gelet op de foto’s van het vestigingsadres waarop te zien is dat de ruimte is ingericht als woonkamer en op de beperkte tijdvakken waarbinnen de ondernemer gebruik kon maken van de ruimte. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2024. w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades