Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:760 ECLI:NL:CBB:2024:760 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:760 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:760
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1453, 23/1454, 23/1455, 23/1456 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (onderneming) waarvoor aanwezig is [naam 3] en de minister van Economische Zaken vertegenwoordigd door mr. A.M.D. Dijkstra en S. Piron Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming heeft op grond van de SVL een aanvraag om subsidie voor het kwartaal Q1 2021 ingediend en op grond van de TVL aanvragen voor de kwartalen Q2 2021, Q4 2021 en Q1 2022.

Legislator headnote

AI generated

artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 4:6 van de Awb; ECLI:NL:CBB:2024:760 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De minister heeft drie aanvragen (Q1 2021, Q4 2021 en Q1 2022) om subsidie afgewezen. De minister heeft de subsidie voor Q2 2021 toegewezen en nadien vastgesteld. De onderneming heeft tegen deze besluiten geen of te laat rechtsmiddelen ingediend. Naar aanleiding van een krantenartikel in NRC van juni 2022, waarin melding wordt gemaakt van uitspraken van het College van 22 december 2020, heeft de onderneming vier verzoeken om herziening ingediend. De onderneming vindt dat de minister gelet op die uitspraken haar aanvragen alnog moet toewijzen. 2 De minister heeft de verzoeken afgewezen omdat nieuwe rechtspraak geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Keywords

AI generated
artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4:6 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht
2 De minister heeft de verzoeken afgewezen omdat nieuwe rechtspraak geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
artikel 4:6 van de Awb
Het is vaste rechtspraak dat een uitspraak van een rechterlijke instantie geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/1453, 23/1454, 23/1455, 23/1456 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 oktober 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (onderneming) waarvoor aanwezig is [naam 3] en de minister van Economische Zaken vertegenwoordigd door mr. A.M.D. Dijkstra en S. Piron Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming heeft op grond van de SVL een aanvraag om subsidie voor het kwartaal Q1 2021 ingediend en op grond van de TVL aanvragen voor de kwartalen Q2 2021, Q4 2021 en Q1 2022.

De minister heeft drie aanvragen (Q1 2021, Q4 2021 en Q1 2022) om subsidie afgewezen. De minister heeft de subsidie voor Q2 2021 toegewezen en nadien vastgesteld. De onderneming heeft tegen deze besluiten geen of te laat rechtsmiddelen ingediend. Naar aanleiding van een krantenartikel in NRC van juni 2022, waarin melding wordt gemaakt van uitspraken van het College van 22 december 2020, heeft de onderneming vier verzoeken om herziening ingediend. De onderneming vindt dat de minister gelet op die uitspraken haar aanvragen alnog moet toewijzen. 2 De minister heeft de verzoeken afgewezen omdat nieuwe rechtspraak geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Bovendien dateren de uitspraken waar de onderneming op doelt van voor de besluiten op de aanvragen van de onderneming. De onderneming had dit dus in bezwaar tegen die besluiten kunnen aanvoeren. De onderneming is het hier niet mee eens. 3 Het College geeft de onderneming geen gelijk. De minister heeft de herzieningsverzoeken terecht afgewezen. Het is vaste rechtspraak dat een uitspraak van een rechterlijke instantie geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. Dat betekent dat het standpunt van de minister dat de onderneming geen nieuw gebleken of veranderde omstandigheden aan de verzoeken ten grondslag heeft gelegd juist is.

Dit kan dus de afwijzing van deze verzoeken om niet terug te komen van besluiten die in rechte onaantastbaar zijn geworden dragen. Dat is slechts anders als het evident onredelijk is om niet terug te komen van die eerdere besluiten. Van deze omstandigheden is niet gebleken. Daarbij is van belang dat de onderneming de mogelijkheid heeft gehad om rechtsmiddelen in te stellen tegen de besluiten. Dit heeft de onderneming niet of te laat gedaan. w.g. B. Bastein w.g. P.M. Beishuizen