Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:742 ECLI:NL:CBB:2024:742 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:742 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:742
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/564 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [Stichting] , te [plaats] , vertegenwoordigd door [naam] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De minister heeft de subsidieaanvraag van de stichting voor Q4 van 2021 afgewezen omdat uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat niet is voldaan aan het vereiste van ten minste 20% omzetverlies.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:742 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [Stichting] , te [plaats] , vertegenwoordigd door [naam] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De minister heeft de subsidieaanvraag van de stichting voor Q4 van 2021 afgewezen omdat uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat niet is voldaan aan het vereiste van ten minste 20% omzetverlies.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/564 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [Stichting] , te [plaats] , vertegenwoordigd door [naam] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De minister heeft de subsidieaanvraag van de stichting voor Q4 van 2021 afgewezen omdat uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat niet is voldaan aan het vereiste van ten minste 20% omzetverlies.

Het is vaste jurisprudentie van het College dat als een onderneming over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt, de minister de aangifte omzetbelasting moet gebruiken voor het bepalen van de omzet en het berekenen van het omzetverlies. Dat betekent dat de minister er geen rekening mee hoefde te houden dat de stichting haar omzet vooruit factureert. Uit de TVL volgt dat de subsidieomzet de omzet van Q4 van 2021 is. Er bestaat geen aanleiding om, zoals de stichting wenst, de omzet van Q3 van 2021 als subsidieomzet te hanteren. Dat de stichting niet in aanmerking komt voor subsidie en dat dat (grote) financiële gevolgen voor haar heeft, maakt niet dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel.

De ‘zusterstichting’ van de stichting heeft bij haar subsidieaanvraag voor Q4 van 2021 ook de omzet van Q3 van 2021 als subsidieomzet opgegeven. Ook hier ging het om vooruit gefactureerde omzet. De minister heeft deze aanvraag goedgekeurd. De minister heeft dit in het verweerschrift bevestigd, maar stelt dat hij een fout heeft gemaakt. Het College oordeelt dat de stichting geen geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel kan doen. De minister stelt terecht dat het gelijkheidsbeginsel niet zo ver strekt dat hij gehouden kan worden eerder gemaakte fouten te herhalen.

Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. De minister heeft immers geen toezegging aan de stichting gedaan dat in haar geval de omzet van Q3 van 2021 als subsidieomzet gehanteerd zou worden. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk