Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:739 ECLI:NL:CBB:2024:739 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:739 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:739
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/947 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam 1] B.V., te ‘s Gravenhage (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Een subsidieaanvraag voor Q1 van 2022 kon worden ingediend in de periode van 28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:739 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam 1] B.V., te ‘s Gravenhage (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Een subsidieaanvraag voor Q1 van 2022 kon worden ingediend in de periode van 28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/947 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.A. Dijk Partijen [naam 1] B.V., te ‘s Gravenhage (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. M. Achalhi en mr. T. Khidous Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Een subsidieaanvraag voor Q1 van 2022 kon worden ingediend in de periode van 28 februari 2022 tot en met 31 maart 2022.

Vast staat dat de onderneming binnen deze periode geen aanvraag heeft ingediend. Dat heeft zij pas op 21 april 2022 gedaan. Het College is het met de minister eens dat het afwijzen van de aanvraag in dit geval niet onevenredig is. De aanvraagperiode was voor dit kwartaal korter dan voor eerdere kwartalen, maar het College heeft in eerdere uitspraken al geoordeeld dat dat niet onrechtmatig is. De eigenaar had in de aanvraagperiode weliswaar corona, maar niet is gebleken dat hij de gehele periode niet in staat was om een aanvraag te doen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel is onvoldoende concreet en slaagt daarom niet.

Het beroep is ongegrond. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.A. Dijk