ECLI:NL:CBB:2024:694 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/815 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen Exploitatiemaatschappij De Nieuwe Poort Amsterdam B.V. te Amsterdam (onderneming) waarvoor niemand aanwezig is. en de minister van Economische Zaken vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en mr. A.M.D. Dijkstra Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de aanvraag van de onderneming voor subsidie op grond van de TVL afgewezen omdat deze aanvraag is ingediend buiten de aanvraagperiode.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2024:694 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen Exploitatiemaatschappij De Nieuwe Poort Amsterdam B.V. te Amsterdam (onderneming) waarvoor niemand aanwezig is. en de minister van Economische Zaken vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en mr. A.M.D. Dijkstra Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de aanvraag van de onderneming voor subsidie op grond van de TVL afgewezen omdat deze aanvraag is ingediend buiten de aanvraagperiode.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/815 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 september 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen Exploitatiemaatschappij De Nieuwe Poort Amsterdam B.V. te Amsterdam (onderneming) waarvoor niemand aanwezig is. en de minister van Economische Zaken vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en mr. A.M.D. Dijkstra Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de aanvraag van de onderneming voor subsidie op grond van de TVL afgewezen omdat deze aanvraag is ingediend buiten de aanvraagperiode.
De onderneming onderkent dat zij de aanvraag te laat heeft ingediend. Zij vindt dat zij door dit besluit disproportioneel zwaar is getroffen. Zonder deze subsidie komt het voortbestaan van de onderneming voor maatschappelijk debat en sociale werkplaats in het hart van de Zuidas, in gevaar. 2 Het College vat dit standpunt op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Dit beroep slaagt niet. In dit geval is het afwijzen van de aanvraag niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De onderneming is verantwoordelijk voor het doen van een tijdige aanvraag.
Er is geen sprake van aangetoonde bijzondere omstandigheden die maken dat de afwijzing onredelijk bezwarend is voor de onderneming. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. P.M. Beishuizen