Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:610 ECLI:NL:CBB:2024:610 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:610 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:610
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/768 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (ondernemer) waarvoor aanwezig zijn mr. M. de Jong en [naam 1] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en mr. S. Piron Beslissing Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. Het gaat in deze zaak over de vraag of de ondernemer tijdig beroep heeft ingesteld tegen het besluit van de minister van 2 december 2022.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:610 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (ondernemer) waarvoor aanwezig zijn mr. M. de Jong en [naam 1] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en mr. S. Piron Beslissing Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. Het gaat in deze zaak over de vraag of de ondernemer tijdig beroep heeft ingesteld tegen het besluit van de minister van 2 december 2022.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/768 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 augustus 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2] te [plaats] (ondernemer) waarvoor aanwezig zijn mr. M. de Jong en [naam 1] en de minister van Economische Zaken, vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en mr. S. Piron Beslissing Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. Het gaat in deze zaak over de vraag of de ondernemer tijdig beroep heeft ingesteld tegen het besluit van de minister van 2 december 2022.

Volgens de ondernemer heeft hij op 2 januari 2023 een bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verstuurd tegen dat besluit. Op 6 maart 2023 heeft de gemachtigde van de ondernemer tegen het besluit ook nog beroep ingesteld bij het College. Daarbij heeft hij verwezen naar het binnen de beroepstermijn ingediende bezwaarschrift en gesteld dat de minister dit had moeten opvatten als een beroepschrift en had moeten doorsturen naar het College. De minister heeft te kennen gegeven dat hij het bezwaarschrift niet heeft ontvangen. 2 Naar het oordeel van het College heeft de ondernemer niet tijdig beroep ingesteld tegen het besluit van 2 december 2022.

Allereerst staat vast dat het door de gemachtigde ingediende beroepschrift pas na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Verder heeft de ondernemer niet aannemelijk gemaakt dat het bezwaarschrift van 2 januari 2023 daadwerkelijk is verstuurd.. Het bezwaarschrift is niet per aangetekende post verzonden en de enkele mededeling dat de vriendin van de ondernemer het bezwaarschrift heeft verzonden, is onvoldoende om de verzending aannemelijk te maken. Dat de onderneming een aantal keer contact heeft opgenomen met de minister, maakt dit niet anders.

Ook daarmee heeft de ondernemer niet aannemelijk gemaakt dat zijn vriendin het bezwaarschrift per post heeft verzonden. w.g. B. Bastein w.g. P.M. Beishuizen