Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:602 ECLI:NL:CBB:2024:602 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:602 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:602
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1217 uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 3 september 2024 in de zaak tussen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (ondernemer) (gemachtigde: N. van Buren) en de minister van Economische Zaken Procesverloop Met het besluit van 6 juli 2022 heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan de ondernemer verleende subsidie voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 3.488,40 teruggevorderd.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2024:602 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De ondernemer voert aan dat de minister niet de juiste omzetcijfers heeft gehanteerd. De ondernemer heeft onder hetzelfde nummer van de Kamer van Koophandel (KvK) twee btw-nummers: één voor een aannemingsbedrijf en één voor een cafébedrijf. Alleen voor het café is subsidie aangevraagd. De minister heeft echter ook de omzet van het aannemingsbedrijf meegerekend voor de berekening van het omzetverlies. Het omzetverlies van het cafébedrijf is ruim meer dan 30%. Het aannemingsbedrijf is alleen gestart omdat er anders helemaal geen inkomen zou zijn.

Keywords

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2022:5
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/605 uitspraak van de meervoudige kamer van 11 januari 2022 in de zaak tussen Global Sports Communication B.V., te Nijmegen, appellante (gemachtigde: R.A.M. Reiniers), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. S. van Rijn en mr. M.J.H. van den Burgt). Procesverloop Bij besluit van 5 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) voor de periode juni tot en met september 2020 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2022:306
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1292 uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2022 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , de BV, (vertegenwoordigd door: [naam 2] en [naam 3] ) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, de minister (gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes en mr. drs. P.J. Kooiman). Inleiding en samenvatting De minister heeft op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) een subsidie aan de BV verleend voor het vierde kwartaal (Q4) 2020 van € 14.356,83.
ECLI:NL:CBB:2022:323
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/908 uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juni 2022 in de zaak tussen [naam 1] VOF, te [woonplaats] , appellante, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. H.G.M. Wammes). Procesverloop Bij besluit van 3 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan appellante op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal (Q1) van 2021 een subsidie verleend. Bij besluit van 30 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1217 uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 3 september 2024 in de zaak tussen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (ondernemer) (gemachtigde: N. van Buren) en de minister van Economische Zaken Procesverloop Met het besluit van 6 juli 2022 heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan de ondernemer verleende subsidie voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 3.488,40 teruggevorderd.

Met het besluit van 29 december 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de ondernemer ongegrond verklaard. De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Beoordeling Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van het beroepschrift en de andere stukken in het dossier over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is. De minister heeft de subsidie vastgesteld op € 0,-, omdat uit de gegevens van de Belastingdienst is gebleken dat de ondernemer niet voldoet aan het vereiste dat zij ten minste 30% omzetverlies heeft geleden.

3. De ondernemer voert aan dat de minister niet de juiste omzetcijfers heeft gehanteerd. De ondernemer heeft onder hetzelfde nummer van de Kamer van Koophandel (KvK) twee btw-nummers: één voor een aannemingsbedrijf en één voor een cafébedrijf. Alleen voor het café is subsidie aangevraagd. De minister heeft echter ook de omzet van het aannemingsbedrijf meegerekend voor de berekening van het omzetverlies. Het omzetverlies van het cafébedrijf is ruim meer dan 30%. Het aannemingsbedrijf is alleen gestart omdat er anders helemaal geen inkomen zou zijn.

4. Het College heeft al veel vergelijkbare zaken behandeld. Daarin heeft het telkens geoordeeld dat als een ondernemer over zijn gehele omzet omzetbelasting betaalt, de minister de aangifte omzetbelasting mag gebruiken voor het bepalen van de omzet en het berekenen van het omzetverlies. De belangrijkste reden daarvoor is dat dit een bewuste keuze van de regelgever is geweest, om zo de TVL uitvoerbaar te houden en de administratieve lasten te beperken. Zie onder andere de uitspraken van het College van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5), 14 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:306) en 21 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:323).

Ook in dit geval heeft de ondernemer over zijn gehele omzet omzetbelasting betaald. Dat de omzet afkomstig is van twee verschillende activiteiten onder hetzelfde KvK-nummer, is geen reden om de omzet van het aannemingsbedrijf niet mee rekenen. Ook in dit geval is het College dus van oordeel dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangifte omzetbelasting blijkt. 5 Het beroep is (kennelijk) ongegrond. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr.

L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2024. w.g. W.J.A.M. van Brussel w.g. L.N. Foppen Afschrift verzonden aan partijen op: Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak.

Deze uitspraken zijn te vinden op www.rechtspraak.nl.