ECLI:NL:CBB:2024:584 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedbeslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 21/562 en 21/903 beslissing tot heropening van het onderzoek in de hoger beroepen van: de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport (gemachtigden: mr. D.W. Gerritsen en I.C. Meex) tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2021, kenmerken 20/1469, 20/1470, 20/1472, 20/1473 en 20/1474, in de gedingen tussen de staatssecretaris en [naam 1] B.V., te [plaats 1] [naam 2] B.V., te [plaats 2] (gemachtigde: mr. J.A. Jacobs) Procesverloop in hoger beroep De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 7 april 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:3053) (aangevallen uitspraak). [naam 1] en [naam 2] hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2024:584 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De staatssecretaris heeft een zienswijze gegeven. De zitting was op 11 april 2024. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Verder was [naam 3] namens [naam 2] aanwezig. De zaken zijn gevoegd behandeld met de zaken geregistreerd onder nummer 21/563 en 21/862. Voor het doen van uitspraak zijn de gevoegde zaken weer gesplitst. Het College heeft het onderzoek in deze zaken op de zitting gesloten. Overwegingen Het College ziet aanleiding het onderzoek te heropenen, zodat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie kunnen worden gesteld.
Cited Case Law
AI generatedFull text
beslissing COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 21/562 en 21/903 beslissing tot heropening van het onderzoek in de hoger beroepen van: de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport (gemachtigden: mr. D.W. Gerritsen en I.C. Meex) tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 7 april 2021, kenmerken 20/1469, 20/1470, 20/1472, 20/1473 en 20/1474, in de gedingen tussen de staatssecretaris en [naam 1] B.V., te [plaats 1] [naam 2] B.V., te [plaats 2] (gemachtigde: mr. J.A. Jacobs) Procesverloop in hoger beroep De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 7 april 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:3053) (aangevallen uitspraak). [naam 1] en [naam 2] hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraken.
De staatssecretaris heeft een zienswijze gegeven. De zitting was op 11 april 2024. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen. Verder was [naam 3] namens [naam 2] aanwezig. De zaken zijn gevoegd behandeld met de zaken geregistreerd onder nummer 21/563 en 21/862. Voor het doen van uitspraak zijn de gevoegde zaken weer gesplitst. Het College heeft het onderzoek in deze zaken op de zitting gesloten. Overwegingen Het College ziet aanleiding het onderzoek te heropenen, zodat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie kunnen worden gesteld.
Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze te geven op de concept-prejudiciële vraag. Hierna zullen de prejudiciële vragen door het College definitief worden vastgesteld en worden voorgelegd aan het van Hof van Justitie van de Europese Unie. Beslissing Het College: - heropent het onderzoek; - houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beslissing is gedaan door mr. A. Venekamp, mr. H.S.J. Albers en mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2024. w.g.
A. Venekamp w.g. P.E.A. Chao