Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:557 ECLI:NL:CBB:2024:557 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:557 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:557
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1492 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2024 in de zaak tussen [naam 1] , te [plaats] (gemachtigde: mr. N. van Leeuwen) en minister van Klimaat en Groene Groei (gemachtigde: mr. E. Hol) Procesverloop Met het besluit van 7 februari 2024 heeft de minister de aanvraag van [naam 1] om subsidie voor dak- en gevelisolatie op grond van titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:557 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Op basis van het hoge aantal is aannemelijk dat er veel meer gevallen zullen zijn. Er is dan ook sprake van een vaste gedragslijn van de minister. Van een eenmalige fout kan in ieder geval niet gesproken worden. Standpunten van de minister 3.1 Zowel in bezwaar als in beroep heeft appellant niet betwist dat het volledige dak van zijn woning verwijderd is geweest. Omdat het volledige dak verwijderd is geweest, is niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, van de Regeling dat het isolatiemateriaal in het bestaande dak in de bestaande thermische schil is aangebracht.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2023:665
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/128 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen [naam] , te [plaats] en de minister voor Klimaat en Energie (gemachtigde: mr. C. Cromheecke) Procesverloop Met het besluit van 24 augustus 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor energiebesparende isolatiemaatregelen gedeeltelijk afgewezen. Met het besluit van 9 december 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] daartegen ongegrond verklaard. [naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
ECLI:NL:CBB:2024:10
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2496 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2024 in de zaak tussen [naam 1] , te [woonplaats] en de minister voor Klimaat en Energie (gemachtigde: mr. [naam 2] ) Procesverloop Met het besluit van 29 april 2022 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van [naam 1] om een subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor dak- en gevelisolatie afgewezen. Met het besluit van 20 oktober 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam 1] tegen het afwijzingsbesluit ongegrond verklaard. [naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
ECLI:NL:CBB:2024:37
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/861 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2024 in de zaak tussen [naam] , te [plaats] (gemachtigde: H. Vogel) en de minister voor Klimaat en Energie (gemachtigde: mr. M. Zweers) Procesverloop Met het besluit van 2 december 2022 heeft de minister de aanvraag van [naam] om subsidie op grond van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor energiebesparende isolatiemaatregelen gedeeltelijk afgewezen. Met het besluit van 17 februari 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard. [naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
ECLI:NL:CBB:2018:491
Mead Johnson B.V. te Nijmegen, appellante 1, 2. DHL Global Forwarding B.V. ,te Schiphol, appellante 2, gezamenlijk appellanten(gemachtigde: mr. ing. B.J.B. Boersma RB), tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2017, kenmerk ROT 15/6962, in het geding tussen appellanten en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (gemachtigde: mr. E.M. Scheffer). Procesverloop in hoger beroep Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 11 juli 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:5310). De NVWA heeft een reactie op het hogerberoepschrift ingediend.
ECLI:NL:CBB:2016:215
Uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 14/659 16005 uitspraak van de meervoudige kamer van 13 juli 2016 op het hoger beroep van: Landbouwbedrijf [naam 1] V.O.F., te [plaats] , appellante (gemachtigde: mr. Y.M.G.M. van Riet) tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 augustus 2014, kenmerk BRE 13/4180, in het geding tussen appellante en de staatssecretaris van Economische Zaken, de staatssecretaris (gemachtigde: mr. A.H. Spriensma ) Procesverloop in hoger beroep Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 augustus 2014.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/1492 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2024 in de zaak tussen [naam 1] , te [plaats] (gemachtigde: mr. N. van Leeuwen) en minister van Klimaat en Groene Groei (gemachtigde: mr. E. Hol) Procesverloop Met het besluit van 7 februari 2024 heeft de minister de aanvraag van [naam 1] om subsidie voor dak- en gevelisolatie op grond van titel 4.5 Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) afgewezen.

Met het besluit van 22 juni 2023 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar daartegen ongegrond verklaard. [naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De zitting was op 15 mei 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen: [naam 1] , zijn partner [naam 2] en de gemachtigden. Overwegingen Aanleiding voor deze procedure 1 [naam 1] heeft zijn huis verbouwd. Hij heeft subsidie aangevraagd voor dak- en gevelisolatie. De minister heeft de subsidieaanvraag voor dakisolatie afgewezen, omdat het isolatiemateriaal niet is aangebracht in de bestaande thermische schil.

Deze afwijzing heeft tot gevolg dat geen sprake is van twee isolatiemaatregelen, zoals op het moment van indienen van de aanvraag was vereist. Daarom heeft de minister de subsidie voor gevelisolatie ook afgewezen. [naam 1] is het hier niet mee eens. Standpunten van [naam 1] 2.1 betoogt dat hij het dakisolatiemateriaal heeft aangebracht in wat in overwegende mate de bestaande thermische schil is. De thermische schil is namelijk het geheel van de losse constructies zoals het dak, de buitenmuren, de vloeren en de ramen dat de woning van de buitenlucht afsluit: de jas van de woning.

Het dak is slechts een deel daarvan. De uitleg van de minister dat sprake is van een vernieuwing als een onderdeel van de thermische schil is veranderd, is geen kenbaar vereiste. Bovendien is het dak wat vorm en inhoud betreft oorspronkelijk gebleven en zijn de oorspronkelijke dakspanten behouden. 2.2 [naam 1] beroept zich op het gelijkheidsbeginsel. De minister heeft in ten minste veertien andere gevallen subsidie verstrekt voor dakisolatiemateriaal dat is aangebracht in vernieuwde daken (en thermische schillen). [naam 1] heeft subsidiebeschikkingen en/of foto’s van de situatie ter plaatse overgelegd waaruit dat blijkt.

Op basis van het hoge aantal is aannemelijk dat er veel meer gevallen zullen zijn. Er is dan ook sprake van een vaste gedragslijn van de minister. Van een eenmalige fout kan in ieder geval niet gesproken worden. Standpunten van de minister 3.1 Zowel in bezwaar als in beroep heeft appellant niet betwist dat het volledige dak van zijn woning verwijderd is geweest. Omdat het volledige dak verwijderd is geweest, is niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, van de Regeling dat het isolatiemateriaal in het bestaande dak in de bestaande thermische schil is aangebracht.

Dit is door het College bevestigd in de uitspraken van 28 november 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:665) en van 9 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:10). 3.2 De minister stelt zich op het standpunt dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verstrekt namens de minister grotendeels op geautomatiseerde wijze zo’n 285.000 subsidies op basis van de Regeling. Daarbij worden soms fouten gemaakt, maar van een vaste gedragslijn is geen sprake. In twee van de veertien genoemde gevallen is ten onrechte (en dus foutief) subsidie verstrekt.

Het gelijkheidsbeginsel verplicht de minister niet om deze fouten te herhalen in strijd met de Regeling. Beoordeling door het College 4.1 Artikel 4.5.2, derde lid, aanhef en onder a, onderdeel 1°, van de Regeling bepaalt dat subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar-bewoner voor de aanschaf en het laten aanbrengen van isolatiemateriaal in het bestaande dak in de bestaande thermische schil van de eigen woning. In de toelichting op de Regeling is de thermische schil als volgt omschreven: “De thermische schil wordt gevormd door de bouwkundige constructies die de woning omhullen en die niet grenzen aan een verwarmde ruimte.

Dit zijn dus constructies die de woning afscheiden van de buitenomgeving (bijvoorbeeld buitenlucht, water, grond) of aangrenzende onverwarmde ruimten.”Uit de Regeling en de toelichting volgt dan ook het vereiste dat isolatie moet zijn aangebracht in het bestaande dak in de bestaande thermische schil, in dit geval dus de bestaande dakconstructie. Het betoog dat geen sprake is van een kenbaar vereiste, slaagt niet. 4.2 Vast staat dat [naam 1] de oorspronkelijke dakconstructie heeft laten verwijderen en heeft vervangen door een nieuwe dakconstructie.

Door de vernieuwing van het dak zijn het dak en de thermische schil niet meer als bestaand aan te merken. Dat de dakspanten zijn verwijderd, opgeschuurd en teruggeplaatst maakt dat niet anders, vergelijk onder 2.2 van de uitspraak van het College van 10 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:37). 4.3 De minister heeft de subsidieaanvraag voor dakisolatie terecht afgewezen, omdat niet is voldaan aan artikel 4.5.2., derde lid, aanhef en onder a, onderdeel 1°, van de Regeling. De afwijzing van die subsidie heeft tot gevolg dat de minister de subsidie voor gevelisolatie eveneens moest afwijzen, omdat geen sprake is van twee of meer isolatiemaatregelen.

Dat volgt uit artikel 4.5.9, derde lid, aanhef en onder a, onderdeel 2°, van de Regeling. 5 Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt naar het oordeel van het College niet. De minister heeft erkend in twee vergelijkbare gevallen die [naam 1] heeft genoemd subsidie te hebben verstrekt in strijd met de Regeling. Volgens de rechtspraak van het College strekt het gelijkheidsbeginsel niet zo ver dat een bestuursorgaan (de minister) gehouden is eerdere, in een beperkt aantal gevallen gemaakte fouten te herhalen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van het College van 11 september 2018, ECLI:NL:CBB:2018:491, onder 5.10, en van 13 juli 2016, ECLI:NL:CBB:2016:215, onder 5.4).

De minister heeft verder gesteld dat het gezien het grote aantal subsidies mogelijk is dat meer fouten zijn gemaakt, maar dat geen sprake is van een vaste gedragslijn. Het College ziet geen aanleiding om aan de juistheid van deze verklaring te twijfelen. Naar het oordeel van het College was de minister dus niet gehouden om af te wijken van de hiervoor genoemde bepaling. Conclusie 6 Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O.

Kerkmeester, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2024. w.g. H.O. Kerkmeester w.g. M. Ettema Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 9 december 2020, WJZ/ 20265125, tot wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies in verband met de verbreding van de subsidiemodule Investeringssubsidie duurzame energie met energiebesparende isolatiemaatregelen en aansluiting op warmtenetten, Stcrt. 2020, 65131.