Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:526 ECLI:NL:CBB:2024:526 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:526 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:526
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/852 en 23/853 uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaken tussen [naam] B.V., te [plaats] (de onderneming) (gemachtigde: mr. P. Brand) en de minister van Economische Zaken Procesverloop Met het besluit van 15 november 2022 heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan de onderneming verleende subsidie van € 121.892,40 voor het derde kwartaal (Q3) van 2021 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot teruggevorderd.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2024:526 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De omzet in deze aangiftes komt niet voor al haar producten overeen met de werkelijk gegenereerde omzet in het desbetreffende kwartaal. De onderneming noemt als voorbeeld facturen voor abonnementen die in termijnen worden betaald. Deze omzet wordt in de aangifte omzetbelasting opgenomen in het kwartaal waarin is gefactureerd, terwijl deze omzet in de eigen administratie wordt verdeeld over de termijnen. De minister heeft de tweede zin van artikel 2.4.3, vijfde lid, van de TVL en van artikel 2.5.3, zesde lid, van de TVL genegeerd, waarin staat dat bij het bepalen van het omzetverlies de eigen administratie wordt betrokken.

Keywords

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2022:5
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/605 uitspraak van de meervoudige kamer van 11 januari 2022 in de zaak tussen Global Sports Communication B.V., te Nijmegen, appellante (gemachtigde: R.A.M. Reiniers), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. S. van Rijn en mr. M.J.H. van den Burgt). Procesverloop Bij besluit van 5 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) voor de periode juni tot en met september 2020 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2022:306
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1292 uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2022 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , de BV, (vertegenwoordigd door: [naam 2] en [naam 3] ) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, de minister (gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes en mr. drs. P.J. Kooiman). Inleiding en samenvatting De minister heeft op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) een subsidie aan de BV verleend voor het vierde kwartaal (Q4) 2020 van € 14.356,83.
ECLI:NL:CBB:2022:323
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/908 uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juni 2022 in de zaak tussen [naam 1] VOF, te [woonplaats] , appellante, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. H.G.M. Wammes). Procesverloop Bij besluit van 3 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan appellante op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal (Q1) van 2021 een subsidie verleend. Bij besluit van 30 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.
ECLI:NL:CBB:2023:352
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1235 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2023 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] (de vennootschap) (gemachtigde: mr.
ECLI:NL:CBB:2023:605
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1533 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2023 in de zaak tussen [naam 1] h.o.d.n.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/852 en 23/853 uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaken tussen [naam] B.V., te [plaats] (de onderneming) (gemachtigde: mr. P. Brand) en de minister van Economische Zaken Procesverloop Met het besluit van 15 november 2022 heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan de onderneming verleende subsidie van € 121.892,40 voor het derde kwartaal (Q3) van 2021 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot teruggevorderd.

Met het besluit van 8 december 2022 heeft de minister de op grond van de TVL aan de onderneming verleende subsidie van € 95.310,18 voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 vastgesteld op € 76.676,25. Met de besluiten van 6 februari 2023 (bestreden besluiten) heeft de minister de bezwaren van de onderneming tegen de besluiten van 15 november 2022 en 8 december 2022 ongegrond verklaard. De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Beoordeling Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van de beroepschriften en de andere stukken in de dossiers over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is. De minister heeft de subsidie voor Q3 van 2021 vastgesteld op € 0,-. De minister is voor de berekening van het omzetverlies uitgegaan van de gegevens van de Belastingdienst. Op basis daarvan voldoet de onderneming niet aan het vereiste van ten minste 30% omzetverlies. De subsidie voor Q4 van 2021 heeft de minister vastgesteld op € 76.676,25. Voor de berekening van het omzetverlies in dit kwartaal is de minister ook uitgegaan van de gegevens van de Belastingdienst. 3 De onderneming vindt dat de minister voor de berekening van het omzetverlies uit had moeten gaan van de bedragen die volgen uit haar eigen administratie en niet van de omzet uit de aangiftes omzetbelasting.

De omzet in deze aangiftes komt niet voor al haar producten overeen met de werkelijk gegenereerde omzet in het desbetreffende kwartaal. De onderneming noemt als voorbeeld facturen voor abonnementen die in termijnen worden betaald. Deze omzet wordt in de aangifte omzetbelasting opgenomen in het kwartaal waarin is gefactureerd, terwijl deze omzet in de eigen administratie wordt verdeeld over de termijnen. De minister heeft de tweede zin van artikel 2.4.3, vijfde lid, van de TVL en van artikel 2.5.3, zesde lid, van de TVL genegeerd, waarin staat dat bij het bepalen van het omzetverlies de eigen administratie wordt betrokken.

Het leidt tot ongelijkheid dat bedrijven met een soortgelijk werkelijk omzetverlies, die niet omzetbelastingplichtig zijn, wel voor een subsidie op grond van de TVL in aanmerking komen. De onderneming wordt onevenredig hard getroffen doordat de minister zelfs niet een deel van de werkelijke boekhoudkundige omzet als maatstaf heeft genomen. 4 Het College heeft al veel vergelijkbare zaken behandeld. Daarin heeft het telkens geoordeeld dat als een onderneming over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt, de minister de aangifte omzetbelasting moet gebruiken voor het bepalen van de omzet en de berekening van het omzetverlies.

De belangrijkste reden daarvoor is dat dit een bewuste keuze van de regelgever is geweest, om zo de TVL uitvoerbaar te houden en de administratieve lasten te beperken. Zie onder andere de uitspraken van het College van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5), 14 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:306) en 21 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:323). 5 Ook in dit geval is het College van oordeel dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangiftes omzetbelasting blijkt. Voor zover de onderneming een beroep heeft willen doen op het gelijkheidsbeginsel, slaagt dit niet.

Anders dan waar de onderneming van uitgaat, zien de tweede zin van artikel 2.4.3, vijfde lid, van de TVL en de tweede zin van artikel 2.5.3, zesde lid, van de TVL namelijk niet op haar situatie. De daarin genoemde uitzonderingen hebben betrekking op ondernemers die, in tegenstelling tot de onderneming, niet over hun gehele omzet omzetbelasting betalen. Zie onder andere de uitspraken van het College van 11 juli 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:352) en 24 oktober 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:605). Dat de onderneming financieel nadeel lijdt doordat de minister uitgaat van de aangiftes omzetbelasting, is geen uitzonderlijke omstandigheid die maakt dat de TVL op dit punt onevenredig is en dat om die reden de minister een uitzondering had moeten maken.

Dit betekent dat de minister er bij de berekening van het omzetverlies terecht geen rekening mee heeft gehouden dat (een deel van) de aan de Belastingdienst opgegeven omzet betrekking zou hebben op andere kwartalen dan de kwartalen die de minister bij de berekening van het omzetverlies heeft betrokken. 6 De beroepen zijn (kennelijk) ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2024. w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades Afschrift verzonden aan partijen op: Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak.

Deze uitspraken zijn te vinden op www.rechtspraak.nl