Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:525 ECLI:NL:CBB:2024:525 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:525 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:525
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/781 uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaak tussen [naam] V.O.F., te [plaats] (de onderneming) en de minister van Economische Zaken Procesverloop Met het besluit van 11 juli 2022 heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan de onderneming verleende subsidie voor het derde kwartaal (Q3) van 2021 vastgesteld op € 5.429,46 en het te veel betaalde voorschot teruggevorderd. Met het besluit van 23 november 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2024:525 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De onderneming heeft in haar vaststellingsaanvraag € 0,- vermeld als omzet over Q3 van 2021 (referentieperiode). De minister is bij de berekening van het omzetverlies niet van dit bedrag uitgegaan, maar van de omzet zoals die blijkt uit de aangifte omzetbelasting over Q3 van 2021 (€ 6.925,-). 3 De onderneming voert aan dat zij in Q3 van 2021 geen omzet heeft behaald. De omzet die zij in de aangifte omzetbelasting over dit kwartaal heeft vermeld, is een correctie van eerdere btw-aangiften. Het is wettelijk toegestaan om correcties tot € 1.000,- in een volgend kwartaal op te geven.

Keywords

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2022:5
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/605 uitspraak van de meervoudige kamer van 11 januari 2022 in de zaak tussen Global Sports Communication B.V., te Nijmegen, appellante (gemachtigde: R.A.M. Reiniers), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. S. van Rijn en mr. M.J.H. van den Burgt). Procesverloop Bij besluit van 5 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) voor de periode juni tot en met september 2020 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2022:306
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1292 uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2022 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , de BV, (vertegenwoordigd door: [naam 2] en [naam 3] ) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, de minister (gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes en mr. drs. P.J. Kooiman). Inleiding en samenvatting De minister heeft op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) een subsidie aan de BV verleend voor het vierde kwartaal (Q4) 2020 van € 14.356,83.
ECLI:NL:CBB:2022:323
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/908 uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juni 2022 in de zaak tussen [naam 1] VOF, te [woonplaats] , appellante, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. H.G.M. Wammes). Procesverloop Bij besluit van 3 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan appellante op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal (Q1) van 2021 een subsidie verleend. Bij besluit van 30 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.
ECLI:NL:CBB:2023:370
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1147 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 in de zaak tussen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] , (de ondernemer) (gemachtigde: J.B.M. de Jong) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) (gemachtigden: mr. D. Dijkstra-Burlage en mr. E.S.M. Slot). Procesverloop Met het besluit van 7 maart 2022 (het afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van de ondernemer voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor de periode Q4 2021 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2023:646
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1927 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 november 2023 in de zaak tussen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2], te [woonplaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (gemachtigden: mr. S.M. Piron en W. Dam). Procesverloop Met het besluit van 21 december 2021 heeft de minister de subsidie voor de periode april tot en met juni (Q2) van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 1.200,- teruggevorderd.
ECLI:NL:CBB:2023:660
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1625 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen [naam 1] , te [plaats] (de onderneming) (gemachtigden: [naam 2] en [naam 3] ) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (gemachtigden: W. Dam en P. van Veen). Procesverloop Met het besluit van 28 maart 2022 (afwijzingsbesluit) heeft de minister de aanvraag van de onderneming voor een subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/781 uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaak tussen [naam] V.O.F., te [plaats] (de onderneming) en de minister van Economische Zaken Procesverloop Met het besluit van 11 juli 2022 heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan de onderneming verleende subsidie voor het derde kwartaal (Q3) van 2021 vastgesteld op € 5.429,46 en het te veel betaalde voorschot teruggevorderd. Met het besluit van 23 november 2022 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.

De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Beoordeling Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van het beroepschrift en de andere stukken in het dossier over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is. De hoogte van de TVL-subsidie wordt berekend aan de hand van (onder meer) het omzetverlies: het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de subsidieperiode.

De onderneming heeft in haar vaststellingsaanvraag € 0,- vermeld als omzet over Q3 van 2021 (referentieperiode). De minister is bij de berekening van het omzetverlies niet van dit bedrag uitgegaan, maar van de omzet zoals die blijkt uit de aangifte omzetbelasting over Q3 van 2021 (€ 6.925,-). 3 De onderneming voert aan dat zij in Q3 van 2021 geen omzet heeft behaald. De omzet die zij in de aangifte omzetbelasting over dit kwartaal heeft vermeld, is een correctie van eerdere btw-aangiften. Het is wettelijk toegestaan om correcties tot € 1.000,- in een volgend kwartaal op te geven.

Uit het grootboek van Q3 van 2021 blijkt dat alleen TVL is ontvangen en geen omzet is behaald. 4 Volgens de minister geeft de TVL in dit geval geen ruimte om af te wijken van de aangifte omzetbelasting. Dit zou anders kunnen zijn als de onderneming bij de Belastingdienst een suppletieaangifte had ingediend waarmee zij haar eerdere aangifte omzetbelasting had aangepast. Omdat uit de gegevens van de Belastingdienst niet blijkt dat de onderneming over Q3 van 2021 een suppletieaangifte heeft gedaan, moest de minister voor de berekening van het omzetverlies uitgaan van de omzet die blijkt uit de aangifte omzetbelasting. 5 Het College heeft al veel vergelijkbare zaken behandeld.

Daarin heeft het telkens geoordeeld dat als een onderneming over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt, de minister de aangifte omzetbelasting moet gebruiken voor het bepalen van de omzet en de berekening van het omzetverlies. De belangrijkste reden daarvoor is dat dit een bewuste keuze van de regelgever is geweest, om zo de TVL uitvoerbaar te houden en de administratieve lasten te beperken. Zie onder andere de uitspraken van het College van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5), 14 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:306) en 21 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:323).

Ook heeft het College eerder geoordeeld dat de minister in de omstandigheid dat de Belastingdienst toestaat dat kleine correcties in een volgende aangifte omzetbelasting worden meegenomen en dat de onderneming geen suppletieaangifte heeft gedaan, terecht geen aanleiding heeft gezien om af te wijken van de bij de Belastingdienst bekende omzetgegevens. Binnen de systematiek van de TVL kan daarmee namelijk geen rekening worden gehouden. Zie onder andere de uitspraken van het College van 18 juli 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:370), 21 november 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:646) en 28 november 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:660).

Dit betekent dat de minister bij de berekening van het omzetverlies de referentieomzet terecht op de aangifte omzetbelasting over Q3 van 2021 heeft gebaseerd. 6 Het beroep is (kennelijk) ongegrond. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. C.D.V. Efstratiades, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2024. w.g. B. Bastein w.g. C.D.V. Efstratiades Afschrift verzonden aan partijen op: Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College.

U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Deze uitspraken zijn te vinden op www.rechtspraak.nl