Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:514 ECLI:NL:CBB:2024:514 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:514 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:514
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/706 en 23/1399 uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaken tussen [naam] B.V., te [plaats] (de onderneming) en de minister van Economische Zaken Procesverloop Met het besluit van 8 november 2022 heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan de onderneming verleende subsidie voor de periode oktober tot en met december 2021 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 19.632,63 teruggevorderd.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2024:514 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De minister heeft een verweerschrift ingediend in de zaak over de periode oktober tot en met december 2021. Beoordeling Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van de beroepschriften en de andere stukken in de dossiers over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is. Omdat het College over voldoende informatie beschikt, ziet het geen reden om tegemoet te komen aan het verzoek van de onderneming om gehoord te worden op een zitting.

Keywords

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2022:5
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/605 uitspraak van de meervoudige kamer van 11 januari 2022 in de zaak tussen Global Sports Communication B.V., te Nijmegen, appellante (gemachtigde: R.A.M. Reiniers), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigde: mr. S. van Rijn en mr. M.J.H. van den Burgt). Procesverloop Bij besluit van 5 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) voor de periode juni tot en met september 2020 afgewezen.
ECLI:NL:CBB:2022:306
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/1292 uitspraak van de meervoudige kamer van 14 juni 2022 in de zaak tussen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , de BV, (vertegenwoordigd door: [naam 2] en [naam 3] ) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, de minister (gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes en mr. drs. P.J. Kooiman). Inleiding en samenvatting De minister heeft op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) een subsidie aan de BV verleend voor het vierde kwartaal (Q4) 2020 van € 14.356,83.
ECLI:NL:CBB:2022:323
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 21/908 uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juni 2022 in de zaak tussen [naam 1] VOF, te [woonplaats] , appellante, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder (gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. H.G.M. Wammes). Procesverloop Bij besluit van 3 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan appellante op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal (Q1) van 2021 een subsidie verleend. Bij besluit van 30 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/706 en 23/1399 uitspraak zonder zitting van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2024 in de zaken tussen [naam] B.V., te [plaats] (de onderneming) en de minister van Economische Zaken Procesverloop Met het besluit van 8 november 2022 heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan de onderneming verleende subsidie voor de periode oktober tot en met december 2021 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 19.632,63 teruggevorderd.

Met het besluit van 16 januari 2023 (bestreden besluit 1) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard. Met het besluit van 9 maart 2023 heeft de minister de op grond van de TVL aan de onderneming verleende subsidie voor de periode januari tot en met maart 2022 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 36.588,64 teruggevorderd. Met het besluit van 4 mei 2023 (bestreden besluit 2) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard. De onderneming heeft afzonderlijk beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

De minister heeft een verweerschrift ingediend in de zaak over de periode oktober tot en met december 2021. Beoordeling Het College doet uitspraak zonder zitting, omdat het na lezing van de beroepschriften en de andere stukken in de dossiers over voldoende informatie beschikt om tot een oordeel te komen. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat een zitting in dat geval niet nodig is. Omdat het College over voldoende informatie beschikt, ziet het geen reden om tegemoet te komen aan het verzoek van de onderneming om gehoord te worden op een zitting.

De minister heeft de subsidie over de periode oktober tot en met december 2021 vastgesteld op € 0,-, omdat uit de gegevens van de Belastingdienst is gebleken dat de onderneming niet voldoet aan het vereiste in de TVL van ten minste 20% omzetverlies. De subsidie over de periode januari tot en met maart 2022 is vastgesteld op € 0,-, omdat uit de gegevens van de Belastingdienst is gebleken dat de onderneming niet voldoet aan het vereiste in de TVL van ten minste 30% omzetverlies. De onderneming voert aan dat het omzetverlies ten onrechte is berekend op basis van de bedragen zoals opgenomen in de aangiften omzetbelasting.

Daarin zit namelijk ook omzet die niet op de betreffende kwartalen ziet, maar vooruit gefactureerd is. De onderneming verzoekt daarom het omzetverlies te berekenen op basis van de financiële administratie van de onderneming, en niet uit te gaan van de omzet die uit de aangiften omzetbelasting blijkt. 4 Het College heeft al veel vergelijkbare zaken behandeld. Daarin heeft het telkens geoordeeld dat als een onderneming over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt, de minister de aangifte omzetbelasting mag gebruiken voor het bepalen van de omzet en het berekenen van het omzetverlies.

De belangrijkste reden daarvoor is dat dit een bewuste keuze van de regelgever is geweest, om zo de TVL uitvoerbaar te houden en de administratieve lasten te beperken. Zie onder andere de uitspraken van het College van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5), 14 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:306) en 21 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:323). Ook in dit geval is het College van oordeel dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangiften omzetbelasting blijkt. Dat betekent dat de minister er bij de berekening van het omzetverlies terecht geen rekening mee heeft gehouden dat (een deel van) de aan de Belastingdienst opgegeven omzet eigenlijk betrekking heeft op andere kwartalen. 5 De beroepen zijn (kennelijk) ongegrond.

Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2024. w.g. B. Bastein w.g. L.N. Foppen Afschrift verzonden aan partijen op: Wat u kunt doen als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak kunt u in verzet gaan bij het College. U doet dit door in een brief (het verzetschrift) toe te lichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Zorg ervoor dat het College uw verzetschrift op tijd ontvangt, namelijk binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

In uw verzetschrift kunt u het College vragen om mondeling te mogen toelichten waarom u het niet eens bent met de uitspraak. Deze uitspraken zijn te vinden op www.rechtspraak.nl.