Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:389 ECLI:NL:CBB:2024:389 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:389 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:389
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/240 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2024 Rechter: mr. D. Brugman Griffier: mr. J.M. Baars Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3] , bijgestaan door mr. N. Huizinga, de gemachtigde van de onderneming en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Het College is van oordeel dat de minister bij het bepalen van de omzetten en de berekening van het omzetverlies mocht uitgaan van de bij de Belastingdienst bekende omzetgegevens.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:389 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: D. Brugman Griffier: mr. J.M. Baars Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3] , bijgestaan door mr. N. Huizinga, de gemachtigde van de onderneming en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Het College is van oordeel dat de minister bij het bepalen van de omzetten en de berekening van het omzetverlies mocht uitgaan van de bij de Belastingdienst bekende omzetgegevens.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/240 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2024 Rechter: mr. D. Brugman Griffier: mr. J.M. Baars Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] (de onderneming), waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3] , bijgestaan door mr. N. Huizinga, de gemachtigde van de onderneming en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Het College is van oordeel dat de minister bij het bepalen van de omzetten en de berekening van het omzetverlies mocht uitgaan van de bij de Belastingdienst bekende omzetgegevens.

Zowel vanuit het oogpunt van uitvoerbaarheid als voor beperking van de administratieve lasten, heeft de regelgever er bewust voor gekozen om bij de groep ondernemingen die aangifte doet voor de omzetbelasting, die aangifte te gebruiken voor het bepalen van de omzet. Het College heeft in zijn uitspraak van 11 januari 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:5, onder 5) al geoordeeld dat dit geen onredelijk uitgangspunt is. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan van dat uitgangspunt worden afgeweken. Het College vindt de door de onderneming aangevoerde omstandigheden niet zo uitzonderlijk dat de minister op grond daarvan van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 had moeten afwijken.

Dit betekent dat de minister de subsidie terecht op € 0,- heeft vastgesteld en het al uitbetaalde bedrag van € 130.495,82 terecht heeft teruggevorderd. w.g. D. Brugman w.g. J.M. Baars