Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:384 ECLI:NL:CBB:2024:384 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:384 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:384
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/239 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2024 Rechter: mr. D. Brugman Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam] B.V., te [plaats] (onderneming) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door W. Dam en mr. H.G.M. Wammes Beslissing Het College: - verklaart het beroep ongegrond; - draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming vergoeden; - veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 875,-.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2024:384 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de adviseur niet tijdig door had dat de onderneming wel recht had op subsidie, maken dit niet anders. Deze omstandigheden hebben er namelijk alleen toe bijgedragen dat de gemachtigde niet tijdig op de hoogte was dat de omzet van de onderneming in de subsidieperiode niet juist was, niet dat de onderneming niet tijdig een aanvraag kon indienen. 3 Niet in geschil is dat de minister de hoorplicht heeft geschonden. Het College ziet aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de onderneming nadien heeft kunnen toelichten waarom zij het niet eens is met het besluit.

Keywords

AI generated
artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht
Het College ziet aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de onderneming nadien heeft kunnen toelichten waarom zij het niet eens is met het besluit.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/239 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2024 Rechter: mr. D. Brugman Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam] B.V., te [plaats] (onderneming) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door W. Dam en mr. H.G.M. Wammes Beslissing Het College: - verklaart het beroep ongegrond; - draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming vergoeden; - veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 875,-.

Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de onderneming de aanvraag om TVL-subsidie voor de periode april tot en met juni (Q2) van 2021 te laat heeft ingediend. De TVL-regeling bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen. 2 In dit geval is het afwijzen van de aanvraag niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De onderneming heeft gesteld dat haar financieel adviseur heeft nagelaten om tijdig een aanvraag in te dienen, omdat hij in de veronderstelling was dat de onderneming geen recht had op subsidie. Dit is een omstandigheid die voor rekening en risico van de onderneming komt.

De omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de adviseur niet tijdig door had dat de onderneming wel recht had op subsidie, maken dit niet anders. Deze omstandigheden hebben er namelijk alleen toe bijgedragen dat de gemachtigde niet tijdig op de hoogte was dat de omzet van de onderneming in de subsidieperiode niet juist was, niet dat de onderneming niet tijdig een aanvraag kon indienen. 3 Niet in geschil is dat de minister de hoorplicht heeft geschonden. Het College ziet aanleiding om dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht, omdat de onderneming nadien heeft kunnen toelichten waarom zij het niet eens is met het besluit.

Het College bepaalt wel dat het door de onderneming betaalde griffierecht aan haar wordt vergoed. Ook veroordeelt het College de minister in de proceskosten van de onderneming. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 875,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). w.g. D. Brugman w.g. F. Willems