Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:358 ECLI:NL:CBB:2024:358 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:358 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:358
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/119 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen C.V.V. [naam 1], te [plaats] , (de vereniging), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De vereniging betoogt dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies de opbrengsten uit contributiegelden, sponsorgelden en de verhuur van terreinen niet had mogen meenemen omdat die vooruit worden gefactureerd en dus niet uitsluitend betrekking hebben op Q4 van 2021.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:358 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen C.V.V. [naam 1], te [plaats] , (de vereniging), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De vereniging betoogt dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies de opbrengsten uit contributiegelden, sponsorgelden en de verhuur van terreinen niet had mogen meenemen omdat die vooruit worden gefactureerd en dus niet uitsluitend betrekking hebben op Q4 van 2021.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/119 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen C.V.V. [naam 1], te [plaats] , (de vereniging), waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De vereniging betoogt dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies de opbrengsten uit contributiegelden, sponsorgelden en de verhuur van terreinen niet had mogen meenemen omdat die vooruit worden gefactureerd en dus niet uitsluitend betrekking hebben op Q4 van 2021.

Dit betoog slaagt niet. De minister is terecht uitgegaan van de administratie van de vereniging, waar deze posten in opgenomen zijn. Op basis daarvan heeft de minister geconcludeerd dat er geen sprake is van een omzetverlies van ten minste 20% en de subsidie op grond van de TVL voor Q4 van 2021 terecht vastgesteld op nihil. 2 De minister heeft ter zitting terecht erop gewezen dat het omzetverlies ook geen 20% zou bedragen als anders wordt gekeken naar de omzet in de referentieperiode door de bedragen over meerdere kwartalen te verdelen. w.g. B. Bastein w.g.

A.M. Slierendrecht