Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:357 ECLI:NL:CBB:2024:357 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:357 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:357
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/295 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Het College geeft de ondernemer geen gelijk. De minister heeft de aangifte omzetbelasting terecht als uitgangspunt genomen bij het bepalen van het omzetverlies.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:357 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Het College geeft de ondernemer geen gelijk. De minister heeft de aangifte omzetbelasting terecht als uitgangspunt genomen bij het bepalen van het omzetverlies.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 23/295 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen [naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S. Piron en W. Dam Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Het College geeft de ondernemer geen gelijk. De minister heeft de aangifte omzetbelasting terecht als uitgangspunt genomen bij het bepalen van het omzetverlies.

Op basis van de gegevens uit die aangifte heeft de minister geconstateerd dat er geen omzetverlies is en dat de ondernemer dus niet in aanmerking komt voor een TVL-subsidie voor Q4 van 2021. Niet gebleken is dat de ondernemer een suppletieaangifte heeft gedaan. Het enkele feit dat de wijze van berekening tot gevolg heeft dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor een TVLsubsidie maakt niet dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. w.g. B. Bastein w.g. A.M. Slierendrecht