Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:319 ECLI:NL:CBB:2024:319 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:319 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:319
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2323 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2024 Rechter: mr. J.H. de Wildt Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig is mr. O. Soldat en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes en mr. P. van Veen Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De werkzaamheden van de onderneming bestaan deels, hoe klein ook, uit het bewerken van vis.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:319 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: J.H. de Wildt Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig is mr. O. Soldat en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes en mr. P. van Veen Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De werkzaamheden van de onderneming bestaan deels, hoe klein ook, uit het bewerken van vis.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2323 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 april 2024 Rechter: mr. J.H. de Wildt Griffier: mr. P.M. Beishuizen Partijen [naam] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig is mr. O. Soldat en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes en mr. P. van Veen Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De werkzaamheden van de onderneming bestaan deels, hoe klein ook, uit het bewerken van vis.

Dit betekent dat de onderneming moet worden aangemerkt als een onderneming die actief is in de visserij- en aquacultuursector. Dit is in lijn met de uitspraak van het College van 23 januari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:27), waaruit volgt dat een onderneming, die zich bezighoudt met verwerking van vis, in die sector actief is. 2 De enkele mededeling in het besluit van 24 februari 2022 (dat gaat over TVL over Q2 2021) dat de onderneming niet kan worden aangemerkt als een onderneming die actief is in de visserij- en aquacultuursector, is onvoldoende voor een succesvol beroep op het rechtszekerheidsbeginsel. 3 Dit betekent dat de onderneming geen gelijk heeft.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. J.H. de Wildt De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.