Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:318 ECLI:NL:CBB:2024:318 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:318 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:318
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2561 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2024 Raadsheer: mr. B. Bastein Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam] , te [plaats] (onderneming) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en B. Groen Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1 Het betoog van de onderneming dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies is uitgegaan van verkeerde gegevens, slaagt niet. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister verklaard dat zij voorafgaand aan de zitting nog heeft gecontroleerd of de onderneming een suppletieaangifte heeft gedaan over de subsidieperiode. Zij heeft deze niet kunnen vinden in het systeem van de Belastingdienst. Nu de onderneming geen suppletieaangifte heeft overgelegd en de minister die ook niet heeft kunnen achterhalen, is de minister terecht uitgegaan van de aangifte omzetbelasting zoals de onderneming die heeft ingediend. w.g. B. Bastein w.g. F. Willems

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:318 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam] , te [plaats] (onderneming) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en B. Groen Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1 Het betoog van de onderneming dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies is uitgegaan van verkeerde gegevens, slaagt niet. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister verklaard dat zij voorafgaand aan de zitting nog heeft gecontroleerd of de onderneming een suppletieaangifte heeft gedaan over de subsidieperiode. Zij heeft deze niet kunnen vinden in het systeem van de Belastingdienst. Nu de onderneming geen suppletieaangifte heeft overgelegd en de minister die ook niet heeft kunnen achterhalen, is de minister terecht uitgegaan van de aangifte omzetbelasting zoals de onderneming die heeft ingediend. w.g. B. Bastein w.g. F. Willems

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2561 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 april 2024 Raadsheer: mr. B. Bastein Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam] , te [plaats] (onderneming) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.F. Hu en B. Groen Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1 Het betoog van de onderneming dat de minister bij de vaststelling van het omzetverlies is uitgegaan van verkeerde gegevens, slaagt niet. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van de minister verklaard dat zij voorafgaand aan de zitting nog heeft gecontroleerd of de onderneming een suppletieaangifte heeft gedaan over de subsidieperiode. Zij heeft deze niet kunnen vinden in het systeem van de Belastingdienst. Nu de onderneming geen suppletieaangifte heeft overgelegd en de minister die ook niet heeft kunnen achterhalen, is de minister terecht uitgegaan van de aangifte omzetbelasting zoals de onderneming die heeft ingediend. w.g. B. Bastein w.g. F. Willems