Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:281 ECLI:NL:CBB:2024:281 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:281 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:281
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 22/2523 en 22/2524 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024 Raadsheer: mr. B. Bastein Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] (onderneming), vertegenwoordigd door [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming voert aan dat de minister ten onrechte bij de berekening van de omzet in de subsidieperiodes is uitgegaan van de aangiften omzetbelasting.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:281 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] (onderneming), vertegenwoordigd door [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming voert aan dat de minister ten onrechte bij de berekening van de omzet in de subsidieperiodes is uitgegaan van de aangiften omzetbelasting.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 22/2523 en 22/2524 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2024 Raadsheer: mr. B. Bastein Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] (onderneming), vertegenwoordigd door [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. H.G.M. Wammes Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. De onderneming voert aan dat de minister ten onrechte bij de berekening van de omzet in de subsidieperiodes is uitgegaan van de aangiften omzetbelasting.

De omzet uit de aangiften omzetbelasting geeft geen juist beeld van de werkelijke omzet in die periodes. 2 Het College geeft de onderneming geen gelijk. Het College heeft in andere zaken, waaronder de uitspraak van 21 juni 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:323) en de uitspraak van 19 maart 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:200), al geoordeeld dat alleen als een onderneming niet over haar hele omzet omzetbelasting betaalt, kan worden gekeken naar de financiële administratie. Die uitzondering is hier niet van toepassing. Dit betekent dat de minister terecht is uitgegaan van de gegevens van de Belastingdienst.

Wat door de onderneming is aangevoerd, is geen reden om in dit geval anders te oordelen. 3 Tussen partijen is niet in geschil dat als gebruik wordt gemaakt van de omzetgegevens uit de aangiften omzetbelasting, de onderneming niet voldoet aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies. De minister heeft daarom terecht de subsidie voor Q4 van 2020 vastgesteld op nihil en de subsidie voor Q1 van 2021 lager vastgesteld. w.g. B. Bastein w.g. F. Willems