Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:275 ECLI:NL:CBB:2024:275 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:275 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:275
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/220 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2024 op het verzet van [naam] , te [woonplaats] (de onderneming) Procesverloop De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 7 februari 2023. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 28 februari 2024. Partijen hebben niet aan de zitting deelgenomen. Overwegingen 1. Met de uitspraak van 7 februari 2023 heeft het College het verzoek van de onderneming om herziening van de uitspraak van het College van 21 december 2021 in de zaak met nummer 20/1010 afgewezen. 2 Het College stelt vast dat de onderneming geen gebruik heeft gemaakt van de door het College geboden mogelijkheid om alsnog de gronden van het verzet in te dienen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:CBB:2024:275 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 28 februari 2024. Partijen hebben niet aan de zitting deelgenomen. Overwegingen 1. Met de uitspraak van 7 februari 2023 heeft het College het verzoek van de onderneming om herziening van de uitspraak van het College van 21 december 2021 in de zaak met nummer 20/1010 afgewezen. 2 Het College stelt vast dat de onderneming geen gebruik heeft gemaakt van de door het College geboden mogelijkheid om alsnog de gronden van het verzet in te dienen.

Keywords

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/220 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2024 op het verzet van [naam] , te [woonplaats] (de onderneming) Procesverloop De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 7 februari 2023. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 28 februari 2024. Partijen hebben niet aan de zitting deelgenomen. Overwegingen 1. Met de uitspraak van 7 februari 2023 heeft het College het verzoek van de onderneming om herziening van de uitspraak van het College van 21 december 2021 in de zaak met nummer 20/1010 afgewezen. 2 Het College stelt vast dat de onderneming geen gebruik heeft gemaakt van de door het College geboden mogelijkheid om alsnog de gronden van het verzet in te dienen.

Het verzet moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van 7 februari 2023, en daarmee ook de uitspraak van 21 december 2021, in stand blijft. 3 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het verzet niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 april 2024. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer