ECLI:NL:CBB:2024:148 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generateduitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 22/2076 R uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2024 tot rectificatie van de mondelinge uitspraak in de zaak tussen [naam] B.V., gevestigd [plaats] (de onderneming), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. W. Dam. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn mondelinge uitspraak van 11 december 2023 met zaaknummer 22/2076 (ECLI:NL:CBB:2023:743) een omissie bevat. Met de brief van 9 januari 2024 heeft de onderneming het College op deze omissie gewezen en verzocht over te gaan tot rectificatie.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2024:148 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: P. van Veen en mr. W. Dam. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn mondelinge uitspraak van 11 december 2023 met zaaknummer 22/2076 (ECLI:NL:CBB:2023:743) een omissie bevat. Met de brief van 9 januari 2024 heeft de onderneming het College op deze omissie gewezen en verzocht over te gaan tot rectificatie.
Cited Case Law
AI generatedFull text
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN Zaaknummer: 22/2076 R uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2024 tot rectificatie van de mondelinge uitspraak in de zaak tussen [naam] B.V., gevestigd [plaats] (de onderneming), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. W. Dam. Procesverloop Het College heeft vastgesteld dat zijn mondelinge uitspraak van 11 december 2023 met zaaknummer 22/2076 (ECLI:NL:CBB:2023:743) een omissie bevat. Met de brief van 9 januari 2024 heeft de onderneming het College op deze omissie gewezen en verzocht over te gaan tot rectificatie.
Met de brief van 23 januari 2024 heeft het College de minister bericht voornemens te zijn de mondelinge uitspraak te rectificeren. De minister heeft op dit voornemen gereageerd. Overwegingen Het College heeft nagelaten de minister, nu deze hangende het beroep een herzieningsbesluit heeft genomen, te veroordelen in de proceskosten van de onderneming in verband met het beroep en te bepalen dat de minister het door de onderneming betaalde griffierecht dient te vergoeden. Nu de mondelinge uitspraak kennelijke en voor een eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de mondelinge uitspraak op deze punten te rectificeren.
Het College wijzigt de mondelinge uitspraak van 11 december 2023 als volgt. “ Beslissing Het College:- verklaart het beroep ongegrond;- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden; - veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming in beroep tot een bedrag van € 837,-.” Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. Beslissing Het College rectificeert zijn mondelinge uitspraak van 11 december 2023 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2024. w.g. R.W.L. Koopmans De griffier is verhinderd de uitspraak te tekenen