Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:146 ECLI:NL:CBB:2024:146 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:146 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:146
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2630 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2024 Raadsheer: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (de ondernemer), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. S.F. Hu. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de TVL-subsidie terecht op € 0,- vastgesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:146 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (de ondernemer), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. S.F. Hu. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de TVL-subsidie terecht op € 0,- vastgesteld.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2630 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 februari 2024 Raadsheer: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. F. Willems Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2], te [plaats] (de ondernemer), en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. S.F. Hu. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De minister heeft de TVL-subsidie terecht op € 0,- vastgesteld.

Ook mocht de minister het betaalde voorschot terugvorderen. Het College geeft hiervoor de volgende motivering. 2 Tussen partijen is niet in geschil dat de omzet in de referentieperiode (Q3 van 2019) € 16.100,- bedroeg. In geschil is de vraag of de verkoop van de bedrijfsauto voor € 39.000,- in Q3 van 2021 (de subsidieperiode) mee moet tellen voor berekening omzetverlies. Als dat geval is, is tussen partijen ook niet in geschil dat de onderneming niet voldoet aan het vereiste van ten minste 30% omzetverlies. 3 Het College is van oordeel dat de minister mocht uitgaan van de omzet zoals die blijkt uit de aangifte omzetbelasting van Q3 van 2021 en wijst daarbij op het volgende.

De regelgever heeft ervoor gekozen de aangifte omzetbelasting te gebruiken voor het bepalen van de omzet, vanwege de uitvoerbaarheid en de beperking van de administratieve lasten. Het College heeft eerder al geoordeeld dat de TVL geen ruimte biedt hiervan af te wijken. Er bestaat ook geen aanleiding om de opbrengst van de verkoop van de bedrijfsauto niet tot de omzet te rekenen. Volgens de aangifte omzetbelasting behoort de verkoopopbrengst van de bedrijfsauto namelijk wel tot de omzet. De ondernemer krijgt dus geen gelijk. 4 Het beroep is ongegrond.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. F. Willems Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:5. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 28 februari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:105.