Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2024:123 ECLI:NL:CBB:2024:123 AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:123 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2024:123
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2576 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen [naam] , te [plaats] , (de onderneming) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. F. Tarrahi Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de onderneming op 30 september 2019 is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2024:123 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen [naam] , te [plaats] , (de onderneming) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. F. Tarrahi Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de onderneming op 30 september 2019 is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2576 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2024 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A.M. Slierendrecht Partijen [naam] , te [plaats] , (de onderneming) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. P. van Veen en mr. F. Tarrahi Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de onderneming op 30 september 2019 is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Zij heeft een subsidie aangevraagd voor Q1 van 2021. 2 De Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID19 (TVL) schrijft voor dat de referentieperiode het eerste gehele kalenderkwartaal volgend op de maand van inschrijving in het handelsregister is. In dit geval is dat dus Q4 van 2019. 3 De minister heeft november 2019, december 2019 en januari 2020 als referentieperiode gebruikt en aan de hand daarvan een subsidie vastgesteld van € 17.378,25. De minister heeft dus niet de juiste referentieperiode gebruikt, maar deze fout is in het voordeel van de onderneming: de referentieomzet die de minister heeft gebruikt leidt tot een hogere subsidie dan de juiste referentieomzet.

De minister heeft toegezegd deze fout niet te zullen herstellen. 4 De uitspraak van het College van 31 augustus 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:845) maakt het oordeel niet anders, omdat die uitspraak gaat over een eerdere versie van de TVL, waarin nog niet duidelijk stond wat onder de start van de activiteiten moet worden verstaan. In dit geval is duidelijk dat de datum van inschrijving in het handelsregister bepalend is. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A.M. Slierendrecht