ECLI:NL:CBB:2024:1 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generateduitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1217 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2024 op het verzet van [naam] , te [plaats] (de ondernemer) (gemachtigde: mr. I. Gijsen) Procesverloop De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College van 18 juli 2023 met toepassing van de artikelen 8:54, eerste lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting. Met die uitspraak heeft het College de minister van Economische Zaken en Klimaat veroordeeld in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 837,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2024:1 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: I. Gijsen) Procesverloop De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College van 18 juli 2023 met toepassing van de artikelen 8:54, eerste lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting. Met die uitspraak heeft het College de minister van Economische Zaken en Klimaat veroordeeld in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 837,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Full text
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1217 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2024 op het verzet van [naam] , te [plaats] (de ondernemer) (gemachtigde: mr. I. Gijsen) Procesverloop De onderneming heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College van 18 juli 2023 met toepassing van de artikelen 8:54, eerste lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting. Met die uitspraak heeft het College de minister van Economische Zaken en Klimaat veroordeeld in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 837,- voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Overwegingen 1. De onderneming heeft in verzet herhaald dat zij ook aanspraak maakt op vergoeding van de kosten die zij in het kader van haar beroep heeft moeten betalen aan haar boekhouder. Het gaat om een bedrag van in totaal € 1.413,06 voor ondersteuning bij het opstellen van het beroepschrift, het reageren op een verzoek van de minister en het verzamelen en versturen van aanvullende stukken. 2 Het College volgt de onderneming hierin niet. Gelet op de aard daarvan moeten deze werkzaamheden van de boekhouder worden aangemerkt als rechtsbijstandverlening in de zin van artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De daarmee gemoeide kosten moeten daarom worden geacht te zijn begrepen in de - forfaitaire - vergoeding voor die kosten die met de uitspraak van 18 juli 2023 is toegekend. Het verzet is ongegrond. 3 De minister hoeft geen proceskosten van het verzet te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, in aanwezigheid van D.A. Bohlmeijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2024. w.g. T.G.M. Simons w.g. D.A. Bohlmeijer