Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:755 ECLI:NL:CBB:2023:755 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:755 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:755
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 22/2124 en 22/2125 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2023 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. D. Uç Partijen [naam 1] B.V. & [naam 2] B.V., te [plaats] , de ondernemingen, waarvoor aanwezig is [naam 3] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. S.F. Hu en mr. S. Piron. Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de aanvragen om TVL-subsidie van beide ondernemingen voor het eerste kwartaal van 2022 te laat zijn ingediend.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:755 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. D. Uç Partijen [naam 1] B.V. & [naam 2] B.V., te [plaats] , de ondernemingen, waarvoor aanwezig is [naam 3] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. S.F. Hu en mr. S. Piron. Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de aanvragen om TVL-subsidie van beide ondernemingen voor het eerste kwartaal van 2022 te laat zijn ingediend.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 22/2124 en 22/2125 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2023 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. D. Uç Partijen [naam 1] B.V. & [naam 2] B.V., te [plaats] , de ondernemingen, waarvoor aanwezig is [naam 3] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. S.F. Hu en mr. S. Piron. Beslissing Het College verklaart de beroepen ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de aanvragen om TVL-subsidie van beide ondernemingen voor het eerste kwartaal van 2022 te laat zijn ingediend.

De TVL-regeling bepaalt dat de aanvragen dan moeten worden afgewezen. 2 In dit geval is het afwijzen van de aanvragen niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De aanvraagperiode voor het eerste kwartaal van 2022 blijkt duidelijk uit de TVL en de informatie op de website van RVO. Van een ondernemer mag worden verwacht dat die in de gaten houdt wanneer de aanvraag voor een TVL-subsidie moet worden ingediend. Dat de ondernemer kampte met de ziekte van een medewerker die verantwoordelijk is voor onder andere het aanvragen van TVL-subsidie, maakt niet dat de minister moet afwijken van de dwingendrechtelijke afwijzingsgrond.

Dit komt voor risico van de ondernemer. 3 De minister is niet verplicht om ondernemers die eerder een TVL-subsidie hebben aangevraagd op de hoogte te stellen van de afwijkende, kortere aanvraagperiode voor deze subsidieperiode, anders dan via de website of een servicebericht waarvoor zij zich kunnen melden op de website van RVO. Deze kortere aanvraagperiode houdt verband met het aflopen van de Tijdelijke kaderregeling met ingang van 1 juli 2022. Dat deze kortere aanvraagperiode is gehanteerd om tijdig te kunnen beslissen op alle ingediende TVL-aanvragen, is niet onredelijk. 4 De minister heeft de aanvragen om een TVL-subsidie dan ook terecht afgewezen. w.g.

R.W.L. Koopmans w.g. D. Uç Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak (PbEU 2020, C 91 I).