ECLI:NL:CBB:2023:752 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2120 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2023 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. L. Achalhi en W. Dam. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Deze zaak draait om de vaststelling van de omzet van de onderneming. Die heeft de minister vastgesteld aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De onderneming is het hier niet mee eens. Zij vindt dat moet worden gekeken naar haar boekhoudkundige omzet. De omzet in de aangifte is namelijk onder meer gebaseerd op trainingen die zijn uitgesteld en activa die intern zijn verkocht aan de Holding waaronder de onderneming valt.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2023:752 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. L. Achalhi en W. Dam. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Deze zaak draait om de vaststelling van de omzet van de onderneming. Die heeft de minister vastgesteld aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De onderneming is het hier niet mee eens. Zij vindt dat moet worden gekeken naar haar boekhoudkundige omzet. De omzet in de aangifte is namelijk onder meer gebaseerd op trainingen die zijn uitgesteld en activa die intern zijn verkocht aan de Holding waaronder de onderneming valt.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2120 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2023 Rechter: mr. R.W.L. Koopmans Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] B.V., te [plaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig is [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. L. Achalhi en W. Dam. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Deze zaak draait om de vaststelling van de omzet van de onderneming. Die heeft de minister vastgesteld aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De onderneming is het hier niet mee eens. Zij vindt dat moet worden gekeken naar haar boekhoudkundige omzet. De omzet in de aangifte is namelijk onder meer gebaseerd op trainingen die zijn uitgesteld en activa die intern zijn verkocht aan de Holding waaronder de onderneming valt.
2. Het College oordeelt dat de minister de omzet op de juiste manier heeft bepaald, door te kijken naar de aangifte omzetbelasting. Dit uitgangspunt acht het College ook niet onrechtmatig. Uit jurisprudentie van het College volgt dat vooruitbetaalde trainingen en interne doorbelasting van activa, zoals opgenomen in de aangifte omzetbelasting van de onderneming, wordt gezien als omzet. Omzet in de zin van de TVL is niet hetzelfde als de boekhoudkundige omzet van de onderneming. De minister heeft de TVL-regeling gevolgd. Dat als gevolg daarvan de TVL-subsidie van de onderneming voor Q4 2020 lager is vastgesteld, maakt het besluit nog niet onevenredig. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. A. Verhoeven