Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:742 ECLI:NL:CBB:2023:742 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:742 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:742
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2082 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2023 Raadsheer: mr R.W.L. Koopmans Griffier: mr C.E.C.M. van Roosmalen Partijen [naam 1] , gevestigd te [plaats] , (de vennootschap), voor wie is verschenen mr. T.T.H.J.M. Smits, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. W. Dam en mr. P. van Veen. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de vennootschap voor het eerste kwartaal van 2021 (subsidieperiode) niet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies uit de TVL-regeling voldoet, als wordt uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting. 2 De regelgever heeft ervoor gekozen de omzet voor de TVL-regeling te bepalen aan de hand van de aangifte omzetbelasting.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:742 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Het College heeft eerder al geoordeeld dat dit geen onredelijk uitgangspunt is en dat de regeling geen ruimte biedt hiervan af te wijken. Het is dus niet mogelijk de betaling van de online winkel ‘ [naam 2] ’ voor doorgeleverde kleding, die is opgegeven in de aangifte omzetbelasting van de vennootschap, niet mee te nemen bij de omzet voor de subsidieperiode. 3 Het gelijkheidsbeginsel strekt niet zover dat de minister gehouden is een TVL-subsidie te verlenen op grond van de werkelijke omzetgegevens, zoals volgens de vennootschap voor het vierde kwartaal van 2020 wel is gebeurd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2082 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2023 Raadsheer: mr R.W.L. Koopmans Griffier: mr C.E.C.M. van Roosmalen Partijen [naam 1] , gevestigd te [plaats] , (de vennootschap), voor wie is verschenen mr. T.T.H.J.M. Smits, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. W. Dam en mr. P. van Veen. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat de vennootschap voor het eerste kwartaal van 2021 (subsidieperiode) niet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies uit de TVL-regeling voldoet, als wordt uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting. 2 De regelgever heeft ervoor gekozen de omzet voor de TVL-regeling te bepalen aan de hand van de aangifte omzetbelasting.

Het College heeft eerder al geoordeeld dat dit geen onredelijk uitgangspunt is en dat de regeling geen ruimte biedt hiervan af te wijken. Het is dus niet mogelijk de betaling van de online winkel ‘ [naam 2] ’ voor doorgeleverde kleding, die is opgegeven in de aangifte omzetbelasting van de vennootschap, niet mee te nemen bij de omzet voor de subsidieperiode. 3 Het gelijkheidsbeginsel strekt niet zover dat de minister gehouden is een TVL-subsidie te verlenen op grond van de werkelijke omzetgegevens, zoals volgens de vennootschap voor het vierde kwartaal van 2020 wel is gebeurd.

Het is immers vaste rechtspraak dat het gelijkheidsbeginsel niet zover strekt dat een bestuursorgaan gehouden is een eerder gemaakte fout te herhalen. 4 De minister heeft de TVL-subsidie daarom terecht vastgesteld op € 0,-. w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.E.C.M. van Roosmalen