ECLI:NL:CBB:2023:682 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2037 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2023 Raadsheer: mr J.H. de Wildt Griffier: mr C.E.C.M. van Roosmalen Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2] , gevestigd te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.R. Hu en mr. P. van Veen. Beslissing Het College: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk;- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 184,- aan de ondernemer te vergoeden.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2023:682 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: de Wildt Griffier: mr C.E.C.M. van Roosmalen Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2] , gevestigd te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.R. Hu en mr. P. van Veen. Beslissing Het College: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk;- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 184,- aan de ondernemer te vergoeden.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/2037 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2023 Raadsheer: mr J.H. de Wildt Griffier: mr C.E.C.M. van Roosmalen Partijen [naam 1] handelend onder de naam [naam 2] , gevestigd te [plaats] (de ondernemer) en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.R. Hu en mr. P. van Veen. Beslissing Het College: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk;- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 184,- aan de ondernemer te vergoeden.
Overwegingen 1. De minister heeft met het herzieningsbesluit van 23 oktober 2023 aan de ondernemer (alsnog) een subsidie op grond van de TVL verleend voor het eerste kwartaal (Q1) van 2022. Naar aanleiding van het herzieningsbesluit heeft het College de ondernemer verzocht om aan te geven of hij het beroep tegen het eerdere (afwijzings-)besluit van 5 april 2022 wilde intrekken, en zo niet, of hij dan wilde aangeven welk belang hij nog meende te hebben bij een uitspraak van het College. Daarop is geen reactie van de ondernemer ontvangen. Aan de zitting van 20 november 2023 heeft de ondernemer niet deelgenomen. 2 Het College stelt vast dat de minister met het herzieningsbesluit van 23 oktober 2023 volledig aan het bezwaar van de ondernemer tegemoet is gekomen.
Daarmee is het geschil over de subsidie voor Q1 van 2022 opgelost. Er hoeft dan ook geen inhoudelijke beoordeling van dat geschil plaats te vinden. In juridische termen betekent dit dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat er geen (proces)belang meer is. Wel is er aanleiding om te bepalen dat de minister het griffierecht aan de ondernemer moet vergoeden, want de ondernemer heeft van de minister gelijk gekregen. J.H. de Wildt C.E.C.M. van Roosmalen