Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:67 ECLI:NL:CBB:2023:67 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:67 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:67
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/896 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2023 in de zaak tussen [naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] ( [naam 2] ), te [plaats] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister). Beslissing Het College oordeelt dat de minister het bezwaar van [naam 2] terecht nietontvankelijk heeft verklaard omdat het bezwaarschrift buiten de termijn van zes weken is ingediend. Het beroep tegen het besluit van 21 mei 2021 is daarom ongegrond.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:67 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 21 mei 2021, waarin de minister de subsidie van [naam 2] op nihil heeft vastgesteld (het TVL-besluit). De motivering van dit oordeel is als volgt. Overwegingen In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het volgende geregeld. De bezwaartermijn bedraagt zes weken (artikel 6:7). Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen (artikel 6:9, eerste lid).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/896 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2023 in de zaak tussen [naam 1] , h.o.d.n. [naam 2] ( [naam 2] ), te [plaats] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister). Beslissing Het College oordeelt dat de minister het bezwaar van [naam 2] terecht nietontvankelijk heeft verklaard omdat het bezwaarschrift buiten de termijn van zes weken is ingediend. Het beroep tegen het besluit van 21 mei 2021 is daarom ongegrond.

Er is geen reden voor een proceskostenvergoeding. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 21 mei 2021, waarin de minister de subsidie van [naam 2] op nihil heeft vastgesteld (het TVL-besluit). De motivering van dit oordeel is als volgt. Overwegingen In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het volgende geregeld. De bezwaartermijn bedraagt zes weken (artikel 6:7). Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen (artikel 6:9, eerste lid).

De bezwaartermijn begint te lopen met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (artikel 6:8, eerste lid). Is een bezwaarschrift buiten de termijn ingediend, dan is het in beginsel nietontvankelijk. Indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest, kan niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven (artikel 6:11). Dan is de termijnoverschrijding verschoonbaar. Dit betekent het volgende voor de zaak van [naam 2] . Het TVL-besluit is bekend gemaakt op 21 mei 2021. De bezwaartermijn eindigde dus op 2 juli 2021.

De minister heeft het bezwaarschrift op 29 november 2021 ontvangen. [naam 2] heeft het bezwaarschrift dus niet binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken ingediend. Naar het oordeel van het College heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat [naam 2] geen goede redenen had voor de termijnoverschrijding. [naam 2] heeft toegelicht dat zij het TVL-besluit in de hectische, stressvolle coronaperiode over het hoofd heeft gezien. Daarom heeft zij niet tijdig bezwaar gemaakt. Zij verzoekt om coulance. Naar het oordeel van het College maken de omstandigheden die [naam 2] heeft aangevoerd de termijnoverschrijding niet verschoonbaar.

De minister heeft er terecht op gewezen dat het tot de verantwoordelijkheid van de aanvrager van TVL-subsidie behoort om de digitale omgeving goed in de gaten te houden, de administratie goed te organiseren en regelmatig te kijken of er besluiten zijn genomen. Als een termijn wordt gemist door onoplettendheid, komt dat voor risico van de ontvanger van het TVL-besluit. Dit betekent dat de minister het bezwaar van [naam 2] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. De uitspraak is gedaan en in het openbaar uitgesproken door mr.

D. Brugman, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. w.g. D. Brugman w.g. H.L.A. Kleinjans