Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:655 ECLI:NL:CBB:2023:655 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:655 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:655
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1773 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen Melkveehouderij [naam 1] , te [woonplaats 1] (gemachtigde: ir. A.H.J. van der Putten) en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (gemachtigden: mr. M. van den Brink en mr. J. van Horsen) met als derde partij Firma [naam 2], te [woonplaats 2](gemachtigde: mr. P. Stehouwer) Procesverloop Met het besluit van 9 augustus 2018 heeft de minister aan [naam 1] betalingsrechten toegewezen op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:655 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: Met het besluit van 31 maart 2016 heeft de minister 39,59 betalingsrechten aan [naam 1] toegewezen. Daarbij heeft de minister voor perceel 19 geen betalingsrechten toegewezen aan [naam 1] , omdat dit perceel op 15 mei 2015 niet bij [naam 1] , maar bij [naam 2] in gebruik was. Met het besluit van 17 januari 2017 heeft de minister het hiertegen gemaakte bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard. 1.2 Het College heeft bij uitspraak van 19 juni 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:298) het beroep van [naam 1] tegen het besluit van 17 januari 2017 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van [naam 1] . 1.3 Met het besluit van 9 augustus 2018 heeft de minister beslist op de bezwaren van [naam 1] .

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:CBB:2018:298
1.2 Het College heeft bij uitspraak van 19 juni 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:298) het beroep van [naam 1] tegen het besluit van 17 januari 2017 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van [naam 1] .
ECLI:NL:CBB:2021:975
uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 17/245 uitspraak van de meervoudige kamer van 2 november 2021 tot vervallenverklaring van de uitspraak van 19 juni 2018 in de zaak tussen [naam 1] , te [plaats] , appellant en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder. Procesverloop Het College heeft partijen bij brief van 8 september 2021 laten weten voornemens te zijn de uitspraak van 19 juni 2018 met zaaknummer 17/245 (ECLI:NL:CBB:2018:298) vervallen te verklaren. Appellant en verweerder hebben bij brieven van respectievelijk 21 september 2021 en 22 september 2021 op dit voornemen gereageerd.
ECLI:NL:CBB:2022:508
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 17/245 en 19/1614 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 26 juli 2022 in de zaken tussen Melkveehouderij [naam 1] , te [woonplaats 1] , hierna: [naam 1] (gemachtigde: ir. A.H.J. van der Putten) Firma Gebroeders [naam 2] , te [woonplaats 2] , hierna: [naam 2] (gemachtigde: mr. P. Stehouwer), en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder (gemachtigden: mr. L. Anvelink en mr. M.M.J. Hunting). Procesverloop 17/245 Bij besluit van 31 maart 2016 heeft verweerder aan [naam 1] betalingsrechten toegewezen op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1773 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2023 in de zaak tussen Melkveehouderij [naam 1] , te [woonplaats 1] (gemachtigde: ir. A.H.J. van der Putten) en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (gemachtigden: mr. M. van den Brink en mr. J. van Horsen) met als derde partij Firma [naam 2], te [woonplaats 2](gemachtigde: mr. P. Stehouwer) Procesverloop Met het besluit van 9 augustus 2018 heeft de minister aan [naam 1] betalingsrechten toegewezen op grond van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB.

Met het besluit van 16 augustus 2022 heeft de minister beslist op het bezwaar van [naam 1] . [naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. [naam 2] heeft een schriftelijke uiteenzetting over de zaak gegeven. De zitting was op 24 oktober 2023. Aan de zitting hebben de gemachtigden van [naam 1] en de minister en namens [naam 2] , [naam 3] , deelgenomen. Overwegingen 1 Het College gaat uit van het volgende. 1.1 [naam 1] en [naam 2] hebben allebei perceel 19 opgegeven in hun Gecombineerde Opgave (GO) voor het jaar 2015 en daarin verzocht om voor dit perceel betalingsrechten toe te wijzen.

Met het besluit van 31 maart 2016 heeft de minister 39,59 betalingsrechten aan [naam 1] toegewezen. Daarbij heeft de minister voor perceel 19 geen betalingsrechten toegewezen aan [naam 1] , omdat dit perceel op 15 mei 2015 niet bij [naam 1] , maar bij [naam 2] in gebruik was. Met het besluit van 17 januari 2017 heeft de minister het hiertegen gemaakte bezwaar van [naam 1] ongegrond verklaard. 1.2 Het College heeft bij uitspraak van 19 juni 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:298) het beroep van [naam 1] tegen het besluit van 17 januari 2017 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen op de bezwaren van [naam 1] . 1.3 Met het besluit van 9 augustus 2018 heeft de minister beslist op de bezwaren van [naam 1] .

In aanvulling op de 39,59 betalingsrechten heeft de minister nog 5,83 betalingsrechten aan [naam 1] toegewezen, waarmee het totaal aantal betalingsrechten voor [naam 1] op 45,42 kwam. Die toegewezen 5,83 betalingsrechten bestaan uit 5,7 voor perceel 19, 0,06 voor perceel 5, 0,04 voor perceel 14 en 0,03 voor perceel 21. 1.4 Bij uitspraak van 2 november 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:975) heeft het College de uitspraak van 19 juni 2018 vervallen verklaard. 1.5 Bij uitspraak van 26 juli 2022 (ECLI:NL:CBB:2022:508) heeft het College het beroep van [naam 1] tegen het besluit van 17 januari 2017 ongegrond verklaard.

In die uitspraak heeft het College over die procedure en over de beroepsprocedure van [naam 2] geoordeeld dat [naam 1] geen recht heeft op betalingsrechten voor perceel 19. Hiertoe heeft het College overwogen dat de minister terecht heeft geoordeeld dat [naam 2] op 15 mei 2015 over het perceel beschikte. [naam 2] was op die datum de eigenaar van het perceel en beschikte dus over een (rechtsgeldige) gebruikstitel om het perceel te gebruiken. [naam 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat niet de eigenaar, maar hij de feitelijke beschikkingsmacht had over het perceel. [naam 1] heeft immers geen pachtovereenkomst gesloten met [naam 2] voor het jaar 2015. 1.6 Met het bestreden besluit heeft de minister beslist op de bezwaren van [naam 1] en het besluit van 9 augustus 2018 in die zin gewijzigd dat [naam 1] geen recht heeft op betalingsrechten voor perceel 19.

Daarmee kwam het totaal aan toegewezen betalingsrechten voor [naam 1] op 39,72. 2 [naam 1] voert aan dat de minister hem ten onrechte geen betalingsrechten heeft toegewezen voor perceel 19. Op 15 mei 2015 had hij het perceel in beheer, omdat een opzegging door [naam 2] van de gebruiksovereenkomst in 2014 hem niet bekend was en hij in het voorjaar van 2015 het perceel heeft bemest en het grasgewas heeft geoogst. 3 Het College heeft in zijn uitspraak van 26 juli 2022 geoordeeld dat [naam 1] geen recht heeft op betalingsrechten voor perceel 19. In wat [naam 1] aanvoert ziet het College geen aanleiding daarover thans anders te oordelen. 4 Het beroep van [naam 1] is dus ongegrond.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. M.Y. Douglas-Hamilton, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2023. w.g. A. Venekamp w.g. M.Y. Douglas-Hamilton