Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:599 ECLI:NL:CBB:2023:599 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:599 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:599
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1960 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2023 Rechter: mr. M. van der Knijff Griffier: I.E. van de Geest Partijen Fa. [naam 1] te [plaats] (de onderneming), vertegenwoordigd door [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door B. Moes en mr. M. van den Brink Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In de TVL is het uitgangspunt dat de omzet wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:599 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De onderneming heeft verzocht om vergoeding van accountantskosten voor het aanleveren van tijdens de bezwaarfase door de minister opgevraagde aanvullende informatie. Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep is ongegrond en bovendien is pas na afloop van de bezwaarfase om vergoeding van deze kosten verzocht (artikel 7:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht). w.g. M. van der Knijff De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1960 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2023 Rechter: mr. M. van der Knijff Griffier: I.E. van de Geest Partijen Fa. [naam 1] te [plaats] (de onderneming), vertegenwoordigd door [naam 2] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door B. Moes en mr. M. van den Brink Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In de TVL is het uitgangspunt dat de omzet wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting.

De uitzondering voor gevallen waarbij niet de hele omzet wordt opgegeven voor de omzetbelasting is hier niet aan de orde. De onderneming vindt dat de verkoop van de oude bedrijfsauto niet moet worden meegerekend in de omzet, omdat dat geen reguliere bedrijfsopbrengst is. Het College begrijpt waarom de onderneming dat wil, maar in het systeem van de TVL is daar geen ruimte voor. De opbrengst van de bedrijfsauto is namelijk wel meegenomen in de aangifte omzetbelasting en moet dus worden meegerekend. Dat bij de inruil van de bedrijfsauto per saldo verlies is gemaakt is voor de TVL niet relevant.

2. De onderneming heeft verzocht om vergoeding van accountantskosten voor het aanleveren van tijdens de bezwaarfase door de minister opgevraagde aanvullende informatie. Het College ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep is ongegrond en bovendien is pas na afloop van de bezwaarfase om vergoeding van deze kosten verzocht (artikel 7:15, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht). w.g. M. van der Knijff De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.