Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:547 ECLI:NL:CBB:2023:547 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:547 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:547
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1651 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2023 Rechter: mr. M. van der Knijff Griffier: I.E. van de Geest Partijen [naam 1] (de onderneming), te [woonplaats] , vertegenwoordigd door [naam 2] , bijgestaan door mr. Y.M. van der MeulenKrouwel, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.M. Piron en mr. N.J. Mathura. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In de TVL is bepaald dat het omzetverlies wordt vastgesteld aan de hand van een referentiekwartaal. Voor het vierde kwartaal van 2021 is het referentiekwartaal naar keuze het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:547 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: M. van der Knijff Griffier: I.E. van de Geest Partijen [naam 1] (de onderneming), te [woonplaats] , vertegenwoordigd door [naam 2] , bijgestaan door mr. Y.M. van der MeulenKrouwel, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.M. Piron en mr. N.J. Mathura. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In de TVL is bepaald dat het omzetverlies wordt vastgesteld aan de hand van een referentiekwartaal. Voor het vierde kwartaal van 2021 is het referentiekwartaal naar keuze het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1651 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2023 Rechter: mr. M. van der Knijff Griffier: I.E. van de Geest Partijen [naam 1] (de onderneming), te [woonplaats] , vertegenwoordigd door [naam 2] , bijgestaan door mr. Y.M. van der MeulenKrouwel, en de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. S.M. Piron en mr. N.J. Mathura. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In de TVL is bepaald dat het omzetverlies wordt vastgesteld aan de hand van een referentiekwartaal. Voor het vierde kwartaal van 2021 is het referentiekwartaal naar keuze het vierde kwartaal van 2019 of het eerste kwartaal van 2020.

2. De onderneming vindt beide kwartalen niet representatief. In het vierde kwartaal van 2019 heeft een renovatie van het restaurant plaatsgevonden en in het eerste kwartaal van 2020 was er vanwege de opkomst van Covid-19 minder toerisme en moest de horeca de laatste twee weken sluiten. De onderneming vindt het ook onevenredig dat er geen TVL-subsidie wordt verleend, omdat zij wel binnen de doelgroep valt die de regering met de TVL-regeling wilde helpen en omdat zij fors getroffen is door de maatregelen.

3. In eerdere uitspraken van het College is geoordeeld dat er alleen bij uitzonderlijke omstandigheden reden is om van de referentiekwartalen uit de TVL af te wijken. Dat is een strenge maatstaf. In eerdere uitspraken is ook al geoordeeld dat een verbouwing niet zo’n uitzonderlijke omstandigheid is. Het College oordeelt daarom dat de renovatie geen reden is waarom de minister in dit geval moest afwijken van het vierde kwartaal van 2019 als referentiekwartaal. Er is ook geen reden waarom de minister moest afwijken van het eerste kwartaal van 2020 als referentiekwartaal. Het College begrijpt dat er door de afname van toerisme minder klanten waren en dat dit gezien de toeristische locatie impact had op de onderneming, maar dat is geen uitzonderlijke omstandigheid. Dat gold namelijk ook voor andere horecabedrijven, niet alleen voor dit restaurant.

4. De afwijzing is ook niet onevenredig. De minister heeft in het algemeen wel getroffen ondernemers in de horecasector als een doelgroep voor ogen gehad, maar heeft daar in de TVL-regeling wel eisen aan gesteld over onder andere het omzetverlies. Het College begrijpt dat de afwijzing financiële gevolgen heeft voor de onderneming, maar dat maakt de afwijzing nog niet onevenredig. w.g. M. van der Knijff w.g. I.E. van de Geest