Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:CBB:2023:522 ECLI:NL:CBB:2023:522 AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:522 · College van Beroep voor het bedrijfsleven

Case Number ECLI:NL:CBB:2023:522
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/976, 23/977 en 23/978 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2023 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig is [naam 2] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. M.J.H. van der Burgt en mr. O. Andich. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In dit geval is sprake van onherroepelijke vaststellingsbesluiten voor Q4 2020, Q1 2021 en Q2 2021. De onderneming heeft de minister om herziening van deze besluiten verzocht, omdat inmiddels in de bezwaarprocedure over Q3 2020 is komen vast te staan dat sprake is van een voortgezette onderneming.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:CBB:2023:522 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: De minister heeft de subsidies vastgesteld zoals die door de ondernemer zijn aangevraagd. De onderneming heeft daartegen geen bezwaar gemaakt, terwijl zij toen al wel in bezwaar tegen het vaststellingsbesluit over Q3 2020 had aangevoerd dat sprake is van een voortgezette onderneming. Zij heeft ook geen contact opgenomen met de minister om te wijzen op de lopende bezwaarprocedure voor Q3 2020 of op het feit dat volgens haar sprake is van een voortgezette onderneming.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummers: 23/976, 23/977 en 23/978 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2023 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] B.V., te [woonplaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig is [naam 2] , en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. M.J.H. van der Burgt en mr. O. Andich. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In dit geval is sprake van onherroepelijke vaststellingsbesluiten voor Q4 2020, Q1 2021 en Q2 2021. De onderneming heeft de minister om herziening van deze besluiten verzocht, omdat inmiddels in de bezwaarprocedure over Q3 2020 is komen vast te staan dat sprake is van een voortgezette onderneming.

2. De minister heeft de subsidies vastgesteld zoals die door de ondernemer zijn aangevraagd. De onderneming heeft daartegen geen bezwaar gemaakt, terwijl zij toen al wel in bezwaar tegen het vaststellingsbesluit over Q3 2020 had aangevoerd dat sprake is van een voortgezette onderneming. Zij heeft ook geen contact opgenomen met de minister om te wijzen op de lopende bezwaarprocedure voor Q3 2020 of op het feit dat volgens haar sprake is van een voortgezette onderneming.

3. De minister heeft de door de onderneming gedane verzoeken om herziening terecht afgewezen. Van evidente onredelijkheid is geen sprake, nu de onderneming zelf heeft verzuimd om op te komen tegen deze besluiten of de minister op een andere manier te informeren. Dat de onderneming dacht dat het wel goed zou komen, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven