ECLI:NL:CBB:2023:521 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1544 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2023 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] , te [woonplaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. O. Andich en mr. M.J.H. van der Burgt. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In deze zaak staat de berekening van de forfaitaire vaste lasten centraal zoals deze is opgenomen in de TVL-regeling. De minister heeft deze berekening gemaakt aan de hand van de omzetgegevens van de onderneming zoals bekend bij de Belastingdienst en de SBI-code zoals door de onderneming geregistreerd in het handelsregister. Door de onderneming wordt niet betwist dat dat de minister daarmee is uitgegaan van de juiste gegevens.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2023:521 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: B. Bastein Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] , te [woonplaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. O. Andich en mr. M.J.H. van der Burgt. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In deze zaak staat de berekening van de forfaitaire vaste lasten centraal zoals deze is opgenomen in de TVL-regeling. De minister heeft deze berekening gemaakt aan de hand van de omzetgegevens van de onderneming zoals bekend bij de Belastingdienst en de SBI-code zoals door de onderneming geregistreerd in het handelsregister. Door de onderneming wordt niet betwist dat dat de minister daarmee is uitgegaan van de juiste gegevens.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1544 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2023 Rechter: mr. B. Bastein Griffier: mr. A. Verhoeven Partijen [naam 1] , te [woonplaats] , de onderneming, waarvoor aanwezig zijn [naam 2] en [naam 3] en de minister van Economische Zaken en Klimaat, waarvoor aanwezig zijn mr. O. Andich en mr. M.J.H. van der Burgt. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. In deze zaak staat de berekening van de forfaitaire vaste lasten centraal zoals deze is opgenomen in de TVL-regeling. De minister heeft deze berekening gemaakt aan de hand van de omzetgegevens van de onderneming zoals bekend bij de Belastingdienst en de SBI-code zoals door de onderneming geregistreerd in het handelsregister. Door de onderneming wordt niet betwist dat dat de minister daarmee is uitgegaan van de juiste gegevens.
2. De minister is op basis van deze gegevens terecht tot de conclusie gekomen dat de forfaitaire vaste lasten van de onderneming onder de 1500 euro-grens blijven, waardoor de onderneming niet voldoet aan de voorwaarden om voor een TVL-subsidie in aanmerking te komen. w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven