ECLI:NL:CBB:2023:463 · College van Beroep voor het bedrijfsleven
Legislator summary
AI generatedproces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1275 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen Yacht Charter Flevoland V.O.F., te Urk (de vennootschap) (gemachtigde: ing. K. Schotanus RB) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (gemachtigden: en voor de minister mr. drs. G.O. Hoeksma en mr. S.F. Hu). Procesverloop De minister heeft de aanvraag van de vennootschap voor een subsidie grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) afgewezen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:CBB:2023:463 · College van Beroep voor het bedrijfsleven: K. Schotanus RB) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (gemachtigden: en voor de minister mr. drs. G.O. Hoeksma en mr. S.F. Hu). Procesverloop De minister heeft de aanvraag van de vennootschap voor een subsidie grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) afgewezen.
Full text
proces-verbaal uitspraak COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN zaaknummer: 22/1275 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2023 in de zaak tussen Yacht Charter Flevoland V.O.F., te Urk (de vennootschap) (gemachtigde: ing. K. Schotanus RB) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (gemachtigden: en voor de minister mr. drs. G.O. Hoeksma en mr. S.F. Hu). Procesverloop De minister heeft de aanvraag van de vennootschap voor een subsidie grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) afgewezen.
De vennootschap heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de minister met zijn besluit van 23 mei 2023 ongegrond verklaard (het bestreden besluit). De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is op de zitting van 17 juli 2023 behandeld. Aan de zitting hebben alleen de gemachtigden van de minister deelgenomen. Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing Het College verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen De vennootschap heeft een TVL-subsidie aangevraagd voor het eerste kwartaal van 2020.
In de TVL is bepaald dat om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen sprake moet zijn van een omzetverlies van ten ministe 30% ten opzichte van de referentieperiode. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de aangifte omzetbelasting blijkt dat de omzet in het eerste kwartaal van 2021 € 76.574,- bedraagt. Dat is door de vennootschap ook niet betwist. Omdat deze omzet hoger is dan de omzet in de referentieperiode, ook als wordt uitgegaan van de gegevens van de vennootschap zoals die blijken uit de brief van de vennootschap van 13 juni 2023, betekent dit dat er in de subsidieperiode geen omzetverlies is geleden.
De minister heeft de aanvraag daarom terecht afgewezen. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. M.B. van Zantvoort, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2023. w.g. B. Basteinw.g. M.B. van Zantvoort